Hoofdmenu Servicemenu Zoeken Inhoud


Depressie

Definitie en relevantie

Omvang

Het beleid

Interventies

Depressie
Definitie, ernst en omvang

Wat is depressie?

Depressie is meer dan een dipje

De belangrijkste symptomen van depressie zijn een aanhoudende neerslachtige stemming en een ernstig verlies aan interesse in bijna alle dagelijkse activiteiten. Depressie moet niet worden verward met de 'gewone' neerslachtigheid die iedereen wel eens heeft. De neerslachtigheid bij depressie is heviger en klaart na een paar dagen niet vanzelf op.

In het diagnostische handboek DSM-IV wordt depressie onderverdeeld in de depressieve stoornis en dysthymie. Een depressieve stoornis kan van korte duur zijn (enkele weken tot maanden) maar ook een chronische aard hebben. Dysthymie is een mildere vorm van chronische depressie, met een minimale duur van twee jaar.

Depressieve stoornis heeft wisselend en grillig beloop en duur varieert

De depressieve stoornis heeft, als de persoon niet wordt behandeld, een wisselend en grillig beloop (Bouvy & Nolen, 1998; Spijker, 2002; Weel-van Baumgarten, 2000):

  • Een periode waarin iemand voldoet aan de criteria voor de depressieve stoornis wordt wel een 'depressieve episode' genoemd. Zo'n episode duurt, ook zonder behandeling, gemiddeld acht maanden.
  • De duur varieert: de helft van de episodes is korter dan drie maanden, terwijl een op de vijf langer duurt dan twee jaar.
  • De kans op terugval is groot: bij 40% van de mensen met depressie keert de stoornis binnen twee jaar terug.

Diagnostiek geschiedt bij voorkeur volgens de Multidisciplinaire Richtlijn Depressie

Diagnostiek geschiedt bij voorkeur volgens de Multidisciplinaire Richtlijn Depressie, eerste revisie (Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling in de GGZ, 2010). Deze richtlijn is tot stand gekomen in samenwerking tussen het Trimbos-instituut, Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO, Nederlands Huisartsen Genootschap, Landelijk Expertisecentrum Verpleging & Verzorging, Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, Nederlands Instituut van Psychologen. Voor de huisarts is de NHG-standaard ‘Depressieve Stoornis’ beschikbaar. Deze richtlijnen zijn bedoeld voor diagnostiek en behandeling van depressie bij volwassenen van 18 tot 65 jaar. Daarnaast wordt apart aandacht besteed aan jongeren en ouderen. Zowel voor depressie bij kinderen en jeugdigen als voor depressie bij ouderen is er een addendum (Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling in de GGZ, 2009; Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling in de GGZ, 2008).

Mensen met depressie vaak ernstig beperkt in sociaal en maatschappelijk functioneren

Mensen met depressie zijn vaak ernstig beperkt in hun sociaal en maatschappelijk functioneren. Uit onderzoek met de SF-36 blijkt dat een depressie voor alle aspecten negatieve gevolgen heeft. Met name de vitaliteit, het sociaal functioneren, het rolfunctioren en de geestelijke gezondheid zijn ernstig aangetast (Bijl & Ravelli, 2000; Kruijshaar et al., 2003a).

Verschillende oorzaken voor depressie

Er bestaat niet één oorzaak voor depressie en dysthymie. Aangenomen wordt dat het om een samenspel van factoren gaat. In tabel 1 worden de volgende groepen determinanten onderscheiden: persoonsgebonden factoren, omgevingsgebonden factoren en levensgebeurtenissen.

Stressvolle levensgebeurtenissen verhogen kans op depressie

Traumatische jeugdervaringen waaronder mishandeling en emotionele verwaarlozing verhogen later de kwetsbaarheid voor psychische stoornissen, waaronder depressie (Van 't Land et al., 2008b; Maas & Jansen, 2000). Het meemaken van traumatische gebeurtenissen vergroot bij volwassenen de kans dat zij spoedig daarna met depressie te kampen krijgen. Dit is onder andere het geval bij vluchtelingen. Ook andere stressvolle levensgebeurtenissen verhogen het risico op depressie, zoals gebeurtenissen op het interpersoonlijke vlak (vooral bij vrouwen) of aan de gezondheid gerelateerde gebeurtenissen (vooral bij ouderen) (Maas & Jansen, 2000; Devanand et al., 2002; Beekman et al., 2004).

Tabel 1: Risicofactoren voor het optreden van depressie.

persoonsgebonden determinanten

verhoogde kans op depressie / risicogroep

geslacht

  • vrouwen

leeftijd

  • 25 tot 45 jaar

genetische factoren

  • kinderen van ouders met depressie

persoonlijkheidskenmerken

  • neurotische persoonlijkheid
  • internaliserende copingstijl

gezondheidstoestand

  • aanwezigheid van chronische lichamelijke ziekte
  • aanwezigheid van andere psychische stoornis

omgevingsgebonden determinanten

sociale steun

  • weinig sociale steun

armoede

levensgebeurtenissen

traumatische ervaringen

  • mishandeling, emotionele verwaarlozing
  • vluchtelingen
  • gebeurtenissen op interpersoonlijke vlak (vrouwen)
  • aan gezondheidgerelateerde gebeurtenissen (ouderen)

Depressie één van de duurdere ziekten

Depressie is op bevolkingsniveau één van de duurdere ziekten. In 2005 bedroegen de kosten van zorg voor mensen met een depressie 773 miljoen euro. Hiervan ging het grootste deel naar de geestelijke gezondheidszorg (58%), gevolgd door genees- en hulpmiddelen (15%).

Bron: Nationaal Kompas Volksgezondheid

Depressie
Omvang

Hoe vaak komt depressie voor in Nederland?

Ongeveer 643.000 mensen met een stemmingsstoornis

Naar schatting waren er in 2007 in Nederland 642.800 mensen van 18 tot 65 jaar die in het jaar daarvoor gedurende enige tijd leden aan een stemmingsstoornis. Daarvan hadden naar schatting 545.100 een depressieve stoornis en 92.300 dysthymie. Ongeveer 82.000 mensen voldeden in het afgelopen jaar aan de criteria voor beide diagnoses. De Nederlandse cijfers komen overeen met die in andere westerse landen.

Geen toe- of afname van depressie

Er zijn geen aanwijzingen dat het aantal mensen met depressie of depressieve gevoelens de laatste tien jaar is toe- of afgenomen. Uitgaande van de demografische ontwikkelingen zal het absolute aantal nieuwe gevallen van depressieve stoornissen dat de huisarts diagnosticeert tussen 2005 en 2025 met 4% stijgen.

Zorggebruik bij depressie sterk toegenomen

Het aantal mensen met depressie in behandeling is de laatste tien jaar sterk toegenomen. Zo is het aantal bij de huisarts bekende patiënten met depressie van 1994 tot 2007 meer dan verdubbeld. Daarnaast steeg het aantal voorschriften voor antidepressiva van 2,9 miljoen in 1997 tot 6,8 miljoen in 2008. In de tweede helft van 2008 haalden ruim 880.000 mensen in Nederland antidepressiva bij hun apotheek. De huisarts herkent en behandelt steeds meer mensen met depressie. Toch ontvangt meer dan de helft van de mensen met depressie nog altijd geen behandeling.

Vooral vrouwen hebben stemmingsstoornissen

Depressie komt meer voor bij vrouwen dan bij mannen. In 2007 leed van alle inwoners van Nederland van 18 tot 65 jaar 4,9% van de mannen en 7,4 % van de vrouwen aan een stemmingsstoornis (een depressie in engere zin, dysthymie of een bipolaire stoornis). In totaal zijn dat 258.200 mannen en 384.600 vrouwen. Onder volwassenen en ouderen komt depressie respectievelijk ongeveer anderhalf maal en tweemaal zo veel voor bij vrouwen als bij mannen, bij jongeren tussen 13 en 17 jaar is dat driemaal (De Hollander et al., 2006). Het beloop en de kans op herhaling is ongeveer gelijk (Van 't Land et al., 2008b).

Meer depressie onder Marokkanen in Nederland

Depressie lijkt bij volwassenen van Marokkaanse afkomst vaker voor te komen dan bij volwassenen van Nederlandse afkomst (De Graaf et al., 2005c). Bij oudere Marokkanen en Turken komen depressieve gevoelens ook vaker voor (Van der Wurff et al., 2004). Dit is gedeeltelijk te verklaren door verschillen in sociaal-economische status. Mogelijk speelt ook immigratie een rol.

Meer depressieve stoornissen bij laagopgeleiden

Depressieve stoornissen komen het meest voor bij laagopgeleiden, namelijk bij 7,9% van de volwassen bevolking tussen de 18 en 64 jaar met alleen lagere school. De prevalentie van depressieve stoornissen neemt af met een toenemend opleidingsniveau. Alleen in de twee hoogste opleidingsgroepen komen depressieve stoornissen ongeveer even vaak voor. Het opleidingsniveau is hier als indicator gebruikt voor de sociaaleconomische status van mensen.

Bron: Nationaal Kompas Volksgezondheid

Depressie
Omvang

Hoe vaak komt depressie voor in Zeeland?

Er zijn geen regionale gegevens beschikbaar over het daadwerkelijk voorkomen van depressie, maar er zijn geen aanwijzingen dat er grote verschillen zijn met Nederland. Als bijvoorbeeld gekeken wordt naar de psychische gezondheid in het algemeen (gemeten met de MHI-5), dan scoren inwoners van Zeeland hierop vergelijkbaar met Nederland (Kostalova et al., 2005). Van de volwassenen in de Oosterschelderegio voelt 14% zich psychisch ongezond, van de ouderen in Zeeland is dit 19% (GGD Gezondheidsatlas).

Als de Nederlandse cijfers uit zorgregistraties worden doorgerekend naar de regio, wordt geschat dat ruim 14.400 mensen in Zeeland een depressie hebben. In werkelijkheid zal dit aantal groter zijn, omdat gegevens uit zorgregistraties alleen gebaseerd zijn op mensen die in zorg zijn. Vooral bij psychische aandoeningen zoals depressie wordt lang niet altijd contact gezocht met de zorg (Van Bon-Martens et al., 2006c).

Door VAAM (vraag aanbod analyse monitor, NIVEL) worden schattingen van het percentage mensen met een psychische stoornis gemaakt op basis van het laatste grootschalige bevolkingsonderzoek in Nederland: Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study (NEMESIS) uit 1996-1999. Volgens deze schattingen heeft 5% van de Zeeuwse bevolking stemmingsstoornissen (waaronder depressie) in vergelijking tot 8% van de Nederlandse bevolking.

Het gebruik van antidepressiva is in Zeeland in 2000 hoog: 20-30% hoger dan het landelijk gemiddelde. Delft scoort het hoogst; Friesland en Nijmegen scoren even hoog als Zeeland (Nationale Atlas, november 2007). Er is nader onderzoek nodig om deze positie van Zeeland te kunnen verklaren.

Emergis is de grootste Zeeuwse instelling op het gebied van GGZ en verslavingszorg en ziet ruim 80% van de clienten in de ggz. De instelling biedt tweedelijnszorg in extra- en intramurale setting. In 2007 werden er bij Emergis 415 cliënten ingeschreven voor de ambulante/extramurale zorg met een depressie of bipolaire stoornis (depressie afgewisseld met manie).

Depressie
Wat is het beleid?

Wat is het landelijke beleid?

Ministerie van VWS schept beleidskader voor preventie van depressie

Het ministerie van VWS heeft preventie van depressie als beleidsspeerpunt opgenomen in de preventienota ‘Kiezen voor gezond leven’ (VWS, 2006l). Daarmee is een beleidskader neergezet voor het gemeentelijk beleid en voor initiatieven in de gezondheidszorg op het gebied van depressiepreventie. Doelstelling is om de komende jaren meer mensen te bereiken met depressiepreventie. Preventie van depressie is niet eerder een beleidsspeerpunt geweest; het is dus beleidsmatig een vrij nieuw terrein. De landelijke overheid heeft preventieve taken grotendeels gedecentraliseerd naar gemeenten. Gemeenten zijn vanuit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) verantwoordelijk voor de openbare geestelijke gezondheidszorg bij de lokale bevolking (Oggz). De Wmo bepaalt dat gemeenten hun beleid op negen prestatievelden, waaronder de Oggz, moeten vastleggen in een beleidsplan. Dit plan stelt de gemeente één keer in de vier jaar op.

Preventie van depressie richt zich op verschillende doelgroepen

Depressie is een ernstige psychische stoornis met grote maatschappelijke gevolgen. Preventie van depressie heeft tot doel om te voorkomen dat mensen een depressieve stoornis ontwikkelen. Afhankelijk van de doelgroep is er sprake van universele, selectieve of geïndiceerde preventie. Universele preventie richt zich op bevolkingsgroepen in het algemeen en heeft vaak kennisoverdracht of attitudeverandering tot doel. Selectieve preventie richt zich op groepen met een verhoogd risico op depressie en geïndiceerde preventie op mensen met beginnende klachten van depressiviteit. Beide laatste vormen richten zich op het herkennen, onderzoeken en veranderen van negatieve gedachten.

Depressiecentrum en Korrelatie werken vanuit nuldelijn

Instanties die zich vanuit de nuldelijn inzetten voor preventie van depressie zijn het Depressie Centrum en Korrelatie. Het Depressie Centrum vertegenwoordigt landelijk het patiëntenperspectief. Dit Centrum wil elke burger die, op wat voor manier dan ook, met depressies te maken heeft, zo goed mogelijk informeren over preventie, diagnostiek en behandeling van depressies. Het Centrum biedt voorlichting, informatie, advies en ondersteuning via telefoon, internet, brochures en folders. Ook de stichting Korrelatie biedt preventieve hulp aan mensen met (onder andere) depressiviteitsklachten, per telefoon en per e-mail. Zij geeft informatie op het gebied van psychische en/of psychosociale problemen en luistert en denkt met de cliënt mee. De medewerkers zijn professionele hulpverleners, zoals verpleegkundigen, psychologen en maatschappelijk werkers. Korrelatie wordt gedeeltelijk gesubsidieerd door het ministerie van VWS.

Partnership Depressie Preventie actief in lokaal beleid en gezondheidszorg

Om meer mensen te kunnen bereiken met interventies ter preventie van depressie moet depressiepreventie beter worden ingebed in het lokale beleid en in de Nederlandse gezondheidszorg. Het 'Partnership Depressie Preventie' (PDP) houdt zich bezig met de wijze waarop dit zou kunnen. Het Partnership bestaat uit een groot aantal organisaties, die samen een pakket aan maatregelen leveren voor professionals binnen de publieke gezondheidszorg, eerstelijnszorg, welzijn en onderwijs en beleidsmakers. Het Partnership probeert het bereik te vergroten door zich te richten op drie deelgebieden: lokaal beleid, voorlichting en bewustwording, en signaleren en verwijzen. Het deelgebied lokaal beleid faciliteert het agenderen en invullen van depressiepreventie in lokaal beleid door gemeenten, GGD'en en betrokken lokale instellingen. Het deelgebied voorlichting en bewustwording richt zich op het programma 'Mentaal Vitaal' (Trimbos-instituut, 2009). Binnen het programma 'Mentaal Vitaal' zet het Partnership ook in op internetinterventies. Binnen het deelgebied signaleren en verwijzen informeert het Partnership professionals en vrijwilligers over risicofactoren, signalerings- en screeningsinstrumenten en deskundigheidsbevordering (Van den Berg & Schoemaker, 2010).

Handleiding opgesteld voor preventiebeleid op gemeentelijk niveau

Voor de aanpak van depressie op lokaal niveau heeft het Partnership Depressie Preventie een handleiding voor gemeentelijk preventiebeleid geschreven. Gemeenten kunnen ook gebruik maken van een handleiding ‘Depressiepreventie ouderen’ (Bohlmeijer et al., 2005b). Daarmee kunnen ze een integrale aanpak ontwikkelen die afgestemd is op hun eigen gemeente. Dit is een wijkgerichte aanpak waarbij GGD'en en overige relevante partijen met elkaar samenwerken. In het najaar van 2010 verschijnt de handleiding Gezonde Gemeente als opvolger van de huidige handleidingen lokaal gezondheidsbeleid.

Onderzoek en ontwikkeling taak van het Trimbos-instituut

Onderzoek, ontwikkeling en implementatie van depressiepreventie zijn vooral een taak van het Trimbos-instituut en van ZonMw. Het Trimbos-instituut verzorgt samen met GGZ Nederland een programma ‘Landelijke Steunfunctie Preventie' (LSP). De LSP organiseert activiteiten om praktijk, beleid en onderzoek gericht op preventie van psychische problematiek op elkaar af te stemmen. Ook stimuleert ze samenhang tussen landelijke en regionale activiteiten op dit terrein. De LSP richt zich op preventiewerkers, onderzoekers en beleidsmakers. Het Trimbos-instituut werkt samen met het Nederlands Kenniscentrum Angst en Depressie. Dit kenniscentrum houdt zich onder andere bezig met kennisoverdracht aan patiënten en professionals en met het ontwikkelen van expertise in preventie van angst en depressie.

Bron: Nationaal Kompas Volksgezondheid

Depressie
Wat is het beleid?

Wat is het integrale beleid?

Bij de preventie van psychische stoornissen en bij het inzetten van interventies zijn er raakvlakken met andere beleidsterreinen:

  • Jeugdbeleid. De JGZ en het jeugdwelzijnswerk zijn hierin de belangrijkste participanten. De JGZ valt vanaf begin 2003 geheel onder gemeentelijke verantwoordelijkheid. De preventie van psychosociale problemen bij jeugdigen, die een voorbode kunnen zijn van psychische stoornissen, is een onderwerp waarop preventieve inspanningen zinvol zijn. Een veel toegepaste interventie is opvoedingsondersteuning.
  • Onderwijs. In het gemeentelijk beleid kunnen veel maatregelen worden genomen voor de bevordering van het psychisch welbevinden van leerlingen. Ook hierin wordt samengewerkt met JGZ en Welzijnswerk en met de GGZ. Er zijn in Nederland diverse initiatieven om het regionale of lokale preventieve aanbod richting scholen te bundelen.
  • Welzijn. Welzijnsbeleid is vaak achterstandsbeleid en heeft dus vaak betrekking op belangrijke risicofactoren, ofwel bedreigingen voor de geestelijke volksgezondheid, zoals armoede, geweld en criminaliteit, isolatie en eenzaamheid, werkloosheid en lage opleiding. Een goede samenwerking tussen thuiszorg, GGD en GGZ kan er toe bijdragen dat er een effectief aanbod uitgevoerd kan worden voor alle achterstandsgroepen.
  • Werk en inkomen. Op dit beleidsterrein wordt steeds intensiever gekeken naar de mogelijkheden die mensen hebben om (weer) deel te nemen aan de arbeidsmarkt. Werkloosheid, maar ook beperkte werkvaardigheden zijn risicofactoren voor het ontstaan van psychische stoornissen. Een intensieve samenwerking in de eerste lijn tussen GGZ, de sociale dienst en de huisarts kan zorgen voor een effectief hulpaanbod gericht op het beheersen van depressieve klachten en het stimuleren van eigen mogelijkheden. Lage SES-groepen vinden nog moeilijk een weg naar de GGZ.
  • Huisvesting. Goede huisvesting blijkt een belangrijke beschermende factor te zijn bij het bevorderen van de psychische gezondheid van de bevolking.
Depressie
Wat is het beleid?

Wat is het lokale beleid?

Handleiding preventie van depressie in lokaal gezondheidsbeleid

Op 20 maart 2007 is de handleiding Preventie van depressie in lokaal gezondheidsbeleid verstuurd naar een groot aantal organisaties in het land. Het Trimbos-instituut heeft samen met landelijke partners zoals gemeenten, GGD’en en GGZ-instellingen de handleiding ontwikkeld. Voor veel gemeenten is preventie van depressie een nieuw thema. De handleiding dient om gemeenten te ondersteunen bij de praktische invulling van lokaal beleid voor depressiepreventie. Het eerste deel van de handleiding geeft informatie voor het formuleren van verantwoord beleid. Het tweede praktische deel helpt om het beleid uit te kunnen voeren. De handleiding bevat ook een Leeflijn: een overzicht van alle preventieprogramma’s voor depressie die beschikbaar zijn voor verschillende leeftijdsgroepen (Bohlmeijer & Mutsaers, 2007).

Wettelijk kader

De Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGz) valt sinds 1 januari 2007 onder de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). Voor de OGGz is een basisaanbod omschreven. Daartoe behoort ook het bevorderen van de psychische gezondheid en de preventie van psychische stoornissen en verslavingen. Hierbij is de rol van de gemeenten: ‘ervoor zorgen dat er op het gebied van preventie activiteiten worden uitgevoerd. Ze heeft hierin een check functie en een bevorderende functie.’ Met de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zijn meer taken dan tot nu toe bij de gemeenten terecht gekomen. Dit zijn onder andere taken ten behoeve van mensen met chronische aandoeningen, waaronder langdurige psychische stoornissen.

Beleidsinstrumenten

Preventie van psychische stoornissen, als onderdeel van de OGGz met raakvlakken met andere taken in het kader van de WCPV, staat nog niet vaak op de agenda van het lokaal gezondheidsbeleid. Om dat te bewerkstelligen moet een integraal openbaar gezondheidsbeleid worden gevoerd. Op basis van een analyse van gegevens over de gezondheid van de lokale bevolking worden prioriteiten gesteld om gezondheidsdoelen te bereiken, en worden middelen gezocht, bijvoorbeeld preventieprogramma’s, om die doelen te bereiken. Voor een integrale aanpak is het noodzakelijk om een effectieve mix te maken van beleidsmaatregelen en het inzetten van effectieve programma’s waarin samengewerkt wordt door de aanbieders.

Stappenplan Depressiepreventie ouderen

Bij de opzet van een aanpak van depressiepreventie ouderen heeft het Trimbos-instituut zich laten leiden door drie overwegingen.

  • De aanpak dient integraal te zijn.
  • De sociale leefomgeving speelt een belangrijke rol bij geestelijke gezondheid en gezond gedrag van mensen. Een effectieve preventieve aanpak is daarom gericht op individu én omgeving. Dit komt tot uitdrukking in een integraal beleid, waarbij gezondheid in samenhang met andere beleidsterreinen wordt bekeken, zoals welzijn, wonen en veiligheid.
  • De aanpak dient gebaseerd te zijn op de wetenschappelijke ‘state of the art’.

 

De laatste jaren is veel inzicht verkregen in de oorzaken van depressie en in effectieve interventies om depressie te voorkomen. Heel belangrijk is daarbij het inzicht in risicofactoren (factoren die de kans op depressie bij ouderen vergroten) en beschermende factoren (factoren die beschermen tegen depressie). De aanpak dient flexibel te zijn voor toepassing binnen een lokale context.

Geen gemeente is hetzelfde. Dat geldt zowel voor de samenstelling van haar bevolking, als voor fysieke kenmerken van gemeenten, als de reeds aanwezige voorzieningen, zorg en beleid. Dit betekent dat een blauwdruk weinig zinvol is. De methode dient daarom de bouwstenen en instrumenten aan te leveren waarmee gemeenten op basis van de specifieke lokale omstandigheden een integrale aanpak op maat kunnen maken.

Op basis van deze uitgangspunten is een stappenplan met bijbehorende instrumenten ontwikkeld waarmee gemeenten in relatief korte tijd een integrale aanpak depressiepreventie ouderen kunnen ontwikkelen.

Klik hier voor meer informatie over de 10 stappen uit het stappenplan.

In het stappenplan komen achtereenvolgens aan de orde: de organisatie van een lokaal samenwerkingsverband, een snelle probleemanalyse van de bevolking en aanwezige risicofactoren, een responsanalyse van de mogelijkheden die gemeenten en betrokken organisaties hebben om een preventief gezondheidsbeleid te ontwikkelen en het formuleren van een actieplan.

Een vergelijkbare methode kan ook voor alle andere veelvoorkomende psychische stoornissen en verslavingen worden gevolgd. Het stappenplan kan in de periode van een jaar worden doorlopen. Belangrijkste voorwaarde is dat de ggz-instelling en GGD gezamenlijk zich willen inzetten voor het project en het projectleiderschap en onderzoek op zich willen nemen.

Het Trimbos-instituut heeft de methode in drie boekjes beschreven: Preventie van depressie bij ouderen: Introductie en onderbouwing (Bohlmeijer et al., 2005a); Een overzicht van interventies (Willems & Cuijpers, 2005); Handleiding (Bohlmeijer et al., 2005b).

Depressie
Wat is het beleid?

stappenplan depressiepreventie ouderen

Dit stappenplan is gericht op gemeenten.

Stap 1 Laat een GGD een overzicht maken op basis van de regionale gezondheidsmonitor met betrekking tot psychische problematiek in de bevolking.

Stap 2 Kies voor een geestelijk gezondheidsprobleem met een hoge prevalentie in de bevolking.

Stap 3 Kies voor een wijk waar dit gezondheidsprobleem relatief veel voorkomt.

Stap 4 Laat een GGD in kaart brengen welke risicofactoren van het gezondheidsprobleem het meest voorkomen in de gekozen wijk(en). Op basis hiervan kunnen hoogrisicogroepen worden bepaald.

Stap 5 Bespreek de resultaten met de lokale GGZ-instellingen en GGD, en bespreek of zij een projectleider voor het ontwikkelen van een integrale aanpak kunnen vrijstellen.

Stap 6 Vraag of de projectleider een lokale projectgroep en stuurgroep wil organiseren. Stimuleer relevante organisaties om deel te nemen. Zit eventuele visiebijeenkomsten en de stuurgroepbijeenkomsten bij voorkeur zelf voor.

Stap 7 Laat een snelle probleemanalyse uitvoeren (bijvoorbeeld met rapid assesment and response methode) en een quick-scan facetbeleid uitvoeren naar mogelijke oplossingen voor het gezondheidsprobleem. Betrek hierbij ook de doelgroep zelf.

Stap 8 Laat de project- en stuurgroep zich oriënteren op de landelijk beschikbare, gestandaardiseerde en veelbelovende interventies.

Stap 9 Laat op basis van het onderzoek een gemeenschappelijk actieplan ontwikkelen.

Stap 10 Neem het actieplan op in de nieuwe lokale gezondheidsplannen.

(Bron: Ruiter et al., 2005)

Depressie
Interventies

Wat zijn aanbevolen interventies?

Aanbevolen interventies

Een aanbevolen interventie is een leefstijlinterventie waarvan de effectiviteit is beoordeeld door een onafhankelijke Erkenningscommissie van het Nederlands Jeugdinstituut en het RIVM. De Erkenningscommissie evalueert ingediende interventies op drie niveaus:

  • Theoretisch goed onderbouwd (voldoende beschreven en onderbouwd).
  • Waarschijnlijk effectief.
  • Bewezen effectief.

In de toekomst wordt een vierde niveau toegevoegd: ‘Kosteneffectief’.

Goed beschreven interventies

Een goed beschreven interventie voldoet aan drie basale kwaliteitseisen:

  • goed beschreven.
  • bevat een handleiding.
  • bevat een procesevaluatie.

De beoordeling van 'goed beschreven' interventies wordt uitgevoerd door GGD, GGZ of thuiszorgmedewerkers.

Lees meer over het beoordelen van interventies.

Depressie
Interventies

Welke interventies worden uitgevoerd in Zeeland?

Er zijn veel interventies die gericht zijn op jongeren. Sommige daarvan worden op scholen gegeven, andere zijn meer gericht op risicogroepen. Veel interventies zijn gericht op pesten en weerbaarheid. Maar ook voor volwassenen en ouderen worden interventies uitgevoerd.

Hieronder staat een lijst met organisaties in Zeeland die aanbod hebben op het gebied van depressiepreventie. Neem voor meer informatie, maatwerk of advies contact met hen op. Als ze interventies uitvoeren die in de I-database geregistreerd staan, staan deze onder de naam van de organisatie vermeld.

Depressie
Wat gebeurt er al in Zeeland?

GGD Zeeland

Interventies gericht op preventie van depressie door GGD Zeeland

Neem voor meer informatie contact op met GGD Zeeland

Depressie
Wat gebeurt er al in Zeeland?

Indigo

Interventies gericht op preventie van depressie door Indigo

  • Kopp-groepen voor kinderen, jongeren en volwassenen
  • Grip op je dip
  • In de put, uit de put
  • Psycho-educatie schizofrenie
  • Verlies... en dan verder
  • Genieten van uw baby
  • Grip op je dip
  • Lichte dagen, donkere dagen
  • Mindfulness
  • De touwtjes (weer) in handen
  • Somber? Zelf aan de slag!
  • Een depressieve naaste? Aandacht voor uzelf!

Neem voor meer informatie contact op met Indigo.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Bijl RV, Ravelli A.Current and residual functional disability associated with psychopathology: findings from the Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study (NEMESIS). Psychol Med 2000; 30: 57-668.
  • Bohlmeijer E, Smit F, Smits C, Onrust S, Toet J, Riper H.Integrale aanpak depressiepreventie ouderen; Handleiding. Utrecht: Trimbos-instituut, 2005b.
  • Bohlmeijer E, Smit F, Smits C.Preventie van depressie bij ouderen; Introductie en onderbouwing. Utrecht: Trimbos, 2005a.
  • Bohlmeijer E, Mutsaers M.Handleiding preventie van depressie in lokaal gezondheidsbeleid. Utrecht: Trimbos-instituut, 2007.
  • Bon-Martens MJH van, Eck ECM van, Hogendoorn SM, Hoogen PCW van den, Oers JAM van. Gezondheid telt! in West-Brabant; Regionale Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2006. Breda,2006c.
  • Graaf R de, Have M ten, Dorsselaer S van, Schoemaker C, Beekman A, Vollebergh W.Verschillen tussen etnische groepen in psychiatrische morbiditeit. Resultaten van Nemesis. Maandblad Geestelijke volksgezondheid, 2005c; 60(7/8): 703-716.
  • Kostalova B, Frenken F, Hoeymans N. Personen met psychische klachten 2001-2004. In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationale Atlas Volksgezondheid. < http: //www.zorgatlas.nl> Gezondheid en ziekte&#92 Functioneren en kwaliteit van leven, 27 september 2005. Bilthoven: RIVM,2005.
  • Kruijshaar ME, Hoeymans N, Bijl RV, Spijker J, Essink-Bot ML.Levels of disability in Major Depression. Findings from the Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study (NEMESIS). Journal of Affective Disorders 2003a; 77(1): 53-64.
  • Ruiter M, Bohlmeijer E, Blekman J.Derde gids Preventie van psychische stoornissen en verslavingen. Utrecht: Trimbos-instituut, 2005.
  • Willems G, Cuijpers P.Preventie van depressie bij ouderen; Een overzicht van interventies. Utrecht: Trimbos, 2005.
  • Wurff FB van der, Beekman AT, Dijkshoorn H, Spijker JA, Smits CH, Stek ML, et al.Prevalence and risk-factors for depression in elderly Turkish and Moroccan immigrants in the Netherlands. J Affect Disord, 2004; 83 (1): 33-41.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

GGD
Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst
ggz
Geestelijke gezondheidszorg
GGZ
Geestelijke gezondheidszorg (mental health care)
JGZ
Jeugdgezondheidszorg
LSP
Landelijke steunfunctie preventie
Opgericht door GGZ Nederland en het Trimbos-instituut. URL: http://www.lsp-preventie.nl
MHI
RAND Mental health inventory
Meet de algemene psychische gezondheidstoestand in een bevolking. Dit wordt bepaald door de balans tussen de mate van positieve en negatieve gevoelens.
NIVEL
Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg
URL: http://www.nivel.nl
OGGz
Openbare Geestelijke Gezondheidszorg
SES
Sociaaleconomische status
Positie die iemand inneemt in de sociale hiërarchie, gemeten aan de hand van opleiding, inkomen of beroepsstatus.
SF-36
Medical Outcomes Study 36-Item Short Form Health Survey
Vragenlijst voor het meten van kwaliteit van leven. Het instrument bestaat uit 8 dimensies: fysiek functioneren, rolbeperkingen door fysieke gezondheidsproblemen, pijn, algemene gezondheidsbeleving, vitaliteit, sociaal functioneren, rolbeperkingen door emotionele problemen, en geestelijke gezondheid. Deze 8 dimensies kunnen bovendien gesommeerd worden in een lichamelijke en een psychische hoofddimensie
Trimbos
Trimbos-instituut, Netherlands Institute of Mental Health and Addiction
URL: http://www.trimbos.nl
WCPV
Wet collectieve preventie volksgezondheid
Met ingang van 1 december 2008 is de WCPV met enkele aanpassingen overgegaan in de Wet publieke gezondheid (PG)
Wmo
Wet maatschappelijke ondersteuning
Website: www.info-wmo.nl
ZonMw
Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie
URL: http://www.zonmw.nl

Definities

WMO
Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Social Support Act)