Hoofdmenu Servicemenu Zoeken Inhoud
Diabetes mellitus ofwel suikerziekte, is een chronische stofwisselingsziekte die gepaard gaat met een te hoog glucosegehalte in het bloed. Bij diabetes mellitus is het lichaam niet meer in staat om glucose goed te verwerken. Dat komt omdat er te weinig of geen insuline wordt aangemaakt of omdat het lichaam ongevoelig is geworden voor de insuline. Insuline is nodig voor het transport van glucose uit het bloed naar de lichaamsweefsels. Bij geen of onvoldoende insuline heeft het lichaam moeite om de glucose uit het bloed te krijgen en stijgen de bloedglucosewaarden. Hierdoor ontstaan allerlei klachten en complicaties.
Type 1 diabetes mellitus ontstaat als gevolg van de afbraak van insulineproducerende cellen (bèta-cellen) van de alvleesklier (pancreas), waardoor een absoluut tekort van het hormoon insuline ontstaat. Mensen met type 1 diabetes moeten dagelijks insuline spuiten om de bloedglucose op peil te houden. Zonder toediening van insuline treedt een levensbedreigende situatie op. Type 1 diabetes ontstaat in korte tijd en meestal bij mensen onder de dertig jaar.
De eerste tekenen van diabetes zijn veel drinken, vaak urineren, vermageren, moeheid en duizeligheid. Ook coma door verzuring en een te hoog glucosegehalte in het bloed kan het eerste teken van type 1 diabetes mellitus zijn. De meeste mensen met diabetes krijgen na een aantal jaren te maken met macro- en microvasculaire complicaties. Die complicaties ontstaan vooral door te hoge bloedglucosewaarden.
Hart- en vaatziekten zijn veel voorkomende macrovasculaire complicaties. De kans op het krijgen van complicaties als gevolg van doorbloedingsstoornissen in het hart (hartinfarct), hersenen (beroerte) en ledematen (pijn bij lopen) is bij type 1 diabetes twee tot vier maal zo groot als onder patiënten zonder diabetes mellitus. Ook microvasculaire complicaties als gevolg van schade aan de kleine bloedvaatjes (micro-angiopathie) van de ogen (diabetische retinopathie, blindheid), nieren (nefropathie) en zenuwen (neuropathie) treden vaak op. De mate waarin is afhankelijk van de duur van de diabetes mellitus en de kwaliteit van de bloedsuikerregulatie.
Type 1 diabetes mellitus wordt voornamelijk als een auto-immuunziekte beschouwd, dat wil zeggen dat het immuunsysteem lichaamseigen onderdelen beschadigt. Type 1 diabetes mellitus kan optreden als gevolg van interacties tussen genetische factoren en omgevingsfactoren als voeding en virussen. Deze interacties hebben tot gevolg dat het immuunsysteem de bèta-cellen in de eilandjes van Langerhans van de alvleesklier (pancreas) beschadigt waardoor de insulineproductie ontoereikend wordt (Concannon et al., 2009b).
Type 2 diabetes mellitus ontstaat als gevolg van stoornissen in de afscheiding van insuline en/of het niet optimaal benutten van de aanwezige insuline door weefsels (insulineresistentie). Hierdoor ontstaat op den duur een te hoog glucosegehalte in het bloed.
Type 2 diabetes ontstaat geleidelijker dan type 1 diabetes en de eerste klachten zijn vaak vaag. Daardoor wordt de diabetes vaak pas na jaren herkend en gediagnosticeerd. Deze klachten zijn veel drinken, veel eten, vaak urineren, moeheid en duizeligheid. Net als bij type 1 diabetes treden ook bij type 2 diabetes door schade aan bloedvaten en zenuwweefsel op den duur vaak macro- en microvasculaire complicaties op, zoals hart- en vaatziekten (hartinfarct, beroerte, doorbloedingsstoornissen van de benen), diabetische retinopathie, blindheid, nierziekten en gevoelloosheid en/of pijn in de ledematen.
De risicofactoren voor het ontwikkelen van type 2 diabetes zijn (ernstig) overgewicht, een abdominale vetverdeling, gebrek aan lichamelijke activiteit, roken en het eten van teveel verzadigde vetten en te weinig voedingsvezels. Ook genetische aanleg speelt een rol. De grootte van risico van overgewicht is afhankelijk van de mate van overgewicht en de vetverdeling; buikvet is slechter dan vet op de heupen. Het verband tussen overgewicht en type 2 diabetes wordt deels toegeschreven aan stoffen die via het (overtollig) vetweefsel in de circulatie terechtkomen (Qi et al., 2009b).
Bij patiënten met type 2 diabetes en overgewicht is het soms mogelijk door middel van gewichtsreductie een verbetering te bewerkstelligen. Die verbetering wordt dan afgemeten aan een daling van het bloedglucosegehalte.
Bron: Nationaal Kompas Volksgezondheid
Op 1 januari 2007 waren er 668.000 mensen met diabetes (puntprevalentie). Dat was 40,1 per 1.000 mannen en 41,6 per 1.000 vrouwen. In 2007 kwamen er ongeveer 71.000 nieuwe patiënten met diabetes bij (incidentie). Dit brengt het totaal aantal mensen met gediagnosticeerde diabetes op 740.000 in 2007 (jaarprevalentie).
In de leeftijdsgroep 40 tot 70 jaar komt diabetes meer bij mannen voor dan bij vrouwen. In de groep 75 jaar en ouder komt diabetes meer bij vrouwen voor (zie figuur 1). De gemiddelde leeftijd van alle diabetespatiënten was in 2007 64 jaar voor mannen en 68 jaar voor vrouwen.
Eén van de huisartsenregistraties, namelijk de CMR-Nijmegen e.o. maakt onderscheid tussen de twee vormen van diabetes mellitus, type 1 en type 2. In de periode 2003-2007 had ongeveer 90% van de diabetespatiënten type 2 diabetes. Alle overige diabetespatiënten hadden type 1 diabetes. Op jonge leeftijd bestaat de prevalentie van diabetes bijna volledig uit type 1 diabetes. Hoewel ook de prevalentie van type 1 diabetes stijgt met de leeftijd, wordt het aandeel van type 1 diabetes steeds minder.
Het overgrote deel (ongeveer 98%) van de kinderen met diabetes lijdt aan diabetes mellitus type 1. Het is naast astma de meest voorkomende chronische ziekte bij kinderen. De prevalentie van diabetes bij kinderen van 0-14 jaar is volgens de huisartsenregistratie CMR-Nijmegen e.o. 0,6 per 1.000 jongens en 1,6 per 1.000 meisjes. Deze aantallen zijn afkomstig uit relatief kleine steekproeven bij kinderen. Landelijk incidentie-onderzoek (Van Wouwe et al., 2004) vertoont geen verschil in aantallen jongens en meisjes. Het verschil tussen jongens en meisjes dat we hier zien, berust waarschijnlijk op toeval vanwege deze kleine aantallen.
Tussen 1990 en 2007 is de puntprevalentie voor mannen met diabetes mellitus ongeveer verdubbeld en voor vrouwen met ongeveer 40% gestegen. De stijging was het grootst in de periode 2000-2007.
Figuur 1: Puntprevalentie (per 1.000) van diabetes in 2007, naar leeftijd en geslacht.
De prevalentie van diabetes mellitus is bij allochtonen hoger dan bij autochtonen. Vooral Hindoestaanse Surinamers hebben een hoge kans op diabetes. De prevalentie onder personen van Turkse, Marokkaanse en overig-Surinaamse afkomst is 3 tot 6 keer hoger dan onder autochtonen.
Rekening houdend met de groei en vergrijzing van de Nederlandse bevolking, de effecten van de huidige (hoge) kansen op diabetes en de verwachte verdere toename van overgewicht in de toekomst, verwachten we dat er in 2025 ruim 1,3 miljoen mensen met gediagnosticeerde diabetes zullen zijn. Dit is bijna een verdubbeling ten opzichte van de 740.000 mensen met diabetes in 2007.
In de Oosterschelderegio heeft 3% van de volwassenen diabetes mellitus en 12% van de ouderen in heel Zeeland heeft diabetes mellitus. Dit houdt in dat bijna 2800 volwassenen (19-64 jaar) in de Oosterschelderegio en ruim 7900 ouderen (65 jaar en ouder) in Zeeland diabetes hebben. Bij jongeren (14-15 jaar) komt diabetes veel minder vaak voor, namelijk 1% van de jongeren in Zeeland, dat komt overeen met ongeveer 220 jongeren (15-19 jarigen) (Bron: Gezondheidsmonitor GGD Zeeland).
Bij de preventie van type 2 diabetes is het belangrijk ook rekening te houden met de risicofactoren overgewicht, lichamelijke inactiviteit en roken. Zes op de tien ouderen (58%), bijna de helft van de volwassenen (46%) en bijna één op de tien jongeren (9%) in Zeeland heeft overgewicht. In Zeeland ligt het percentage dat rookt bij volwassenen (29%) hoger dan bij ouderen (12%) (Bron: Gezondheidsmonitor GGD Zeeland).
Er zijn diverse organisaties betrokken bij de preventie van diabetes mellitus. Het ministerie van VWS bepaalt het nationale beleid voor diabetespreventie en heeft diabetes aangewezen als een prioritaire ziekte en speerpunt voor beleid. In de preventienota ‘Kiezen voor gezond leven’ van VWS staat de langetermijnvisie op de preventie van diabetes voor de periode 2005 tot 2025. VWS heeft diabetes als voorbeeld gesteld voor de programmatische aanpak van andere chronische ziekten. De volgende ambities zijn opgesteld (VWS, 2008h):
Diabetes mellitus, ook wel suikerziekte genoemd, is een chronische stofwisselingsziekte die gepaard gaat met een te hoog glucosegehalte in het bloed. Preventie van diabetes heeft vooral betrekking op diabetes type 2. Diabetes type 1 lijkt niet te voorkomen omdat de precieze oorzakelijke factoren nog niet bekend zijn. Het doel van preventie van diabetes is niet alleen het voorkómen en uitstellen van diabetes, maar ook het vroeg opsporen van diabetes en het voorkomen van (verergering van) complicaties door diabetes (zowel bij type 1 als type 2). Preventie van diabetes is gericht op risicofactoren voor diabetes. De vele preventieve initiatieven zijn voornamelijk op hoogrisicogroepen toegespitst.
Ongeveer 30% van de bevolking van 60 jaar en ouder heeft een verminderde glucosetolerantie (prediabetes). Naar schatting een- tot tweederde van de mensen met prediabetes ontwikkelt binnen zes jaar (type 2) diabetes (Poortvliet et al., 2007). Met intensieve leefstijlinterventies gericht op meer bewegen en gezonde voeding, kan voor deze groep de kans om binnen zes à zeven jaar diabetes te ontwikkelen met 30% tot 60% worden verlaagd (Roumen et al., 2007; Knowler et al., 2002; Lindstrom et al., 2006a).
Voor het realiseren van de landelijke ambities rondom de aanpak van diabetes is in 2009 een vierjarig Nationaal Actieprogramma Diabetes (NAD) gestart. De Nederlandse Diabetesfederatie (NDF) coördineert dit programma. Het NAD staat voor een landelijke en integrale aanpak van diabetespreventie en -zorg in de volle breedte van het veld. In het NAD past onder andere het verder ontwikkelen van de NDF-Zorgstandaard (VWS, 2008h). Het RIVM speelt een rol in de voorbereiding, voortgang en toetsing van het NAD. Dit heeft geleid tot een rapport waarin onder meer is verkend in welke mate de verwachte groei van het aantal mensen met diabetes af te remmen is met preventieve maatregelen (Baan et al., 2009a).
De Nederlandse Diabetes Federatie (NDF), het Diabetes Fonds (DF) en de Diabetesvereniging Nederland (DVN) zijn belangrijke organisaties op het gebied van diabetespreventie en -zorg. De NDF heeft een brede platformfunctie voor mensen die direct of indirect betrokken zijn bij de zorg voor mensen met diabetes. Het DF stimuleert wetenschappelijk onderzoek naar diabetes en geeft voorlichting over diabetes. De DVN is een patiëntenvereniging die educatie verzorgt, collectieve belangen behartigt en lotgenotencontacten aanbiedt. De drie organisaties verzorgen allerlei preventieactiviteiten zoals landelijke campagnes met lokale prikacties (zoals de 'Kijk op Diabetes'-campagne), lotgenotencontact voor diabetespatiënten en acties gericht op allochtonen.
De Thuiszorg Groningen heeft het Preventieprogramma Diabetes ontwikkeld. De centrale doelstellingen zijn het bevorderen van de kwaliteit van leven van mensen met diabetes mellitus type 2 en het bewerkstelligen van een betere samenhang in de preventieve diabeteszorg. Verondersteld wordt dat er zo een logische en sluitende keten ontstaat waarin zorg op maat wordt gerealiseerd. In dit programma zijn vier nieuwe werkgroepen opgesteld:
Elke werkgroep draagt zorg voor verschillende interventies, activiteiten en producten. Vanaf september 2004 wordt aan elke nieuwe gediagnosticeerde diabetescliënt in samenwerking met verschillende huisartsenpraktijken het Diabetes Educatieprogramma aangeboden. Dit programma heeft als standaardonderdelen de diagnosestelling diabetes door de huisarts, een intakegesprek door een wijkverpleegkundige of praktijkondersteuner, een groepsvoorlichting en een aantal vervolgconsulten op het spreekuur van de wijkverpleegkundige/ praktijkondersteuner of de diëtist. Daarnaast zijn veel interventies ontwikkeld voor intermediairen, zoals een digitale nieuwsbrief die maandelijks verschijnt en breed wordt verspreid onder alle preventiepartners in de regio Groningen en overige geïnteresseerden (Nijboer, 2005).
De noodzakelijke samenhang tussen preventie en curatie in het diabetesprogramma vraagt ook om lokale betrokkenheid. Verschillende activiteiten dienen aan te sluiten bij de jeugdgezondheidszorg of bij de lokale gezondheidsprogramma's. Zo zullen de mogelijkheden in kaart gebracht worden om diabetes op te sporen bij kinderen met een te hoge Body Mass Index of andere risicofactoren voor diabetes. Dit onderzoek helpt om educatie en voorlichting over (het ontstaan van) diabetes bij kinderen te verbeteren (VWS, 2006l).
Aangezien overgewicht een belangrijke risicofactor is van diabetes, zijn de lokale initiatieven die op het gebied van diabetes of overgewicht door gemeenten uitgevoerd kunnen worden, eveneens van belang. Zo heeft Zeeuws-Vlaanderen een Zorgpad overgewicht. Deze heeft een betere afstemming gerealiseerd tussen de preventieve en curatieve aanpak van obesitas en zijn er afspraken gemaakt over de signalering, verwijzing en behandeling van jongeren met ernstig overgewicht (obesitas). Ook is daar op initiatief van de huisartsenvereniging Nucleus b.v. een start gemaakt met diabetes ketenzorg.
In Zeeland vinden tal van activiteiten plaats op het gebied van overgewicht (bijvoorbeeld ten aanzien van gezonde voeding en lichamelijke activiteit) en roken. In Zeeuws Vlaanderen wordt gebruik gemaakt van het Diabetes Zorgpad. Voor interventies rondom overgewicht en roken wordt u verwezen naar deze onderwerpen die elders in het Kompas uitgewerkt staan.
Andere interventies in Zeeland zijn:
Leefstijlprogramma VIEF