Hoofdmenu Servicemenu Zoeken Inhoud


Problemen mondgezondheid

Omvang

Het beleid

Interventies

Problemen mondgezondheid
Definitie, ernst en omvang

Wat zijn mondgezondheidsproblemen, wat zijn de gevolgen en hoe vaak komen ze voor in Nederland?

Er zijn vele ziekten die de mondgezondheid bedreigen. Hier komen drie problemen aan de orde: tandbederf, erosie en problemen met het tandvlees.

Tandbederf

Tandbederf is een proces waarbij het harde tandweefsel langzaam oplost. Wanneer een tandoppervlak niet goed wordt schoongemaakt, blijft een laagje bacteriën achter op de tanden (tandplak). Deze bacteriën zetten koolhydraten uit de voeding om in zuren. Deze zuren worden uitgescheiden op de tand en veroorzaken tandbederf. De eerste zichtbare gevolgen van tandbederf zijn witte of bruine vlekken in het tandglazuur en gaatjes (Kalsbeek, 2002a).

Op latere leeftijd kan het tandvlees zich terugtrekken waardoor de tandwortel gedeeltelijk bloot komt te liggen. Op deze plaats ontbreekt het beschermende glazuurlaagje en door grotere ruimte tussen tanden en kiezen hoopt tandplak zich gemakkelijk op. Hierdoor ontstaat gaatjes in de wortel (Ivoren Kruis, 2007).

Erosie

Erosie is een proces waarbij het harde tandweefsel langzaam oplost door inwerking van zuren van buitenaf. Vooral zuren uit frisdranken vormen een bedreiging, maar ook zuur snoep en vruchtensap kunnen erosie veroorzaken (Ivoren Kruis, 2007).

Speeksel vormt een natuurlijke bescherming tegen erosie. De buffercapaciteit zorgt voor neutralisering van de zuren en de speekseleiwitten vormen een beschermend laagje op de tanden. Dit laagje wordt echter gedeeltelijk verwijderd bij het tandenpoetsen. Erosie zal dus vooral plaatsvinden bij ‘schone’ tanden. Maar ook wanneer direct na het nuttigen van zuur de tanden worden gepoetst, slijt het door zuur geruwde tandoppervlak sneller weg. Door erosie slijten tandvlakken op den duur helemaal af (Tandarts Plein, 2007).

Tandvleesproblemen

Net als bij tandbederf spelen bacteriën een grote rol bij het ontstaan van afwijkingen aan de weefsels die het gebitselement houvast geven in de kaak. Deze afwijkingen variëren van ernstig (ontsteking van het tandvlees) tot zeer ernstig (ontsteking van het wortelvlies en het kaakbot rond de wortel). Dit laatste leidt tot verdieping van de ruimte tussen de tand en het tandvlees waardoor de tanden en kiezen op den duur los gaan staan en uiteindelijk uitvallen. Tandsteen (verkalkte tandplak) is op zichzelf niet schadelijk maar vergroot de kans op afwijkingen (Kalsbeek, 2002a).

Mondhygiënisch gedrag een belangrijke determinant

Een belangrijke determinant voor het voorkomen van mondgezondheidsproblemen is mondhygiënisch gedrag. Daaronder valt het gebruik van gefluorideerde tandpasta, regelmatig en grondig tandenpoetsen en het aanpassen van eetgewoonten (beperken van eetmomenten, keuze van voedingsmiddelen en dranken). Behalve door deze factoren kan de vatbaarheid voor mondgezondheidsproblemen van persoon tot persoon verschillen door de aanwezigheid van bepaalde bacteriën in de mond en door de kwantiteit en de kwaliteit van het speeksel (Kalsbeek, 2002bTandarts Plein, 2007).

Genezing niet mogelijk

Genezing in de betekenis van het terugbrengen tot de oorspronkelijke uitgangssituatie is bij de hier beschreven mondgezondheidsproblemen meestal niet mogelijk. Alleen in het beginstadium kan genezing plaatsvinden. Het is daarom belangrijk deze afwijkingen te voorkomen door mondhygiënische maatregelen. Wanneer sprake is van bestaande afwijkingen moeten uitbreiding en functieverlies tot een minimum beperkt worden. Professionele gebitsreiniging en curatieve handelingen (bijvoorbeeld vullingen en kronen) kunnen ook als vormen van (tertiaire) preventie worden gezien. Het gaat daarbij om het voorkomen van tandverlies (Kalsbeek, 2002b).

Hoe vaak komen mondgezondheidsproblemen voor in Nederland?

De verbetering van de mondgezondheid van de jeugd in de laatste decennia lijkt tot stilstand gekomen. Er zijn signalen dat de verzorgingsgraad van de gebitten afneemt, hetgeen tot een toename van cariës kan leiden. Dit is echter nog niet aangetoond (Kalsbeek et al., 2003, Kalsbeek & Poorterman, 2003, Van Loveren & Eijkman, 2003, Cosic et al., 2005, Truin et al., 2004).

Ruim een op de drie kinderen van 4-5 jaar heeft cariës in het melkgebit, variërend van 20-30% bij kinderen met een midden en hoge ses tot 52-72% bij kinderen met een lage ses. Van de 6- t/m 8-jarigen heeft ruim de helft cariës in het melkgebit en ongeveer 12% in het blijvend gebit. Van de 11-jarigen heeft, afhankelijk van de ses, 20-34% cariës. Bij vrijwel de gehele volwassen bevolking is sprake van cariës (Cosic et al., 2005, Truin et al., 2004, Schuller, 2006, Thijs et al., 2006, NIGZ, 2007,Kalsbeek et al., 2003).

Ook de verzorgingsgraad is een maat voor de kwaliteit van de mondgezondheid. Met 'verzorgingsgraad' wordt bedoeld: de verhouding tussen het aantal tandvlakken dat gevuld is en het totaal aantal vlakken dat in principe gevuld zou moeten zijn. Uit onderzoek door de Regionale Instellingen Jeugdtandverzorging in 2005 blijkt een verzorgingsgraad van ongeveer 55% bij het melkgebit van 5-jarigen en ongeveer 85% bij het blijvend gebit van 11-jarigen (Schuller, 2006Kalsbeek, 2002c).

Gebitserosie is een snel toenemend probleem, met name onder jongeren vanwege hun voedingsgewoonten. Gebitserosie komt voor bij ongeveer 20% van de jeugd. Onderzoek onder Haagse schoolkinderen in 2002 laat zien dat bij 23% van de 11- en 12-jarigen sprake is van gebitserosie, in 1998 bedroeg dit nog 3% (Truin et al., 2004, NIGZ, 2007).

Onder 11- en 12-jarigen komt zeer ernstige ontsteking voor bij ongeveer 13%. Ook komt dit vaker voor bij kinderen met een lage ses. Bijna de gehele volwassen bevolking heeft en meer of mindere mate afwijkingen. Bij onderzoek onder ziekenfondsverzekerden (25-54 jaar) werd bij 94% een behandeling noodzakelijk geacht (Kalsbeek et al., 2003,Kalsbeek, 2002,Cosic et al., 2005).

Problemen mondgezondheid
Definitie, ernst en omvang

Hoe vaak komen mondgezondheidsproblemen voor in Zeeland?

Kwart Zeeuwse kleuters heeft (gevulde) gaatjes

Bijna een kwart van de Zeeuwse 5-jarigen (25%) en vier op de tien 10-jarigen (45%) heeft bestaande of reeds gevulde gaatjes in 2009. Jongens en meisjes blijken even vaak gaatjes te hebben in 2009. Van de kleuters gaat 2% niet jaarlijks naar de tandarts (is niet gesaneerd) en van de 10-jarigen is 1% niet gesaneerd. Het merendeel van de kleuters krijgt hulp bij het tandenpoetsen (90%) en gemiddeld poetsen zij 1,8 keer per dag. Bij zowel 10-jarigen als 13-jarigen is dat 1,9 keer.

Gebitsstatus en levensovertuiging

Uit eerder onderzoek 'het gewicht van gaatjes' van de GGD Zeeland is gebleken dat de gebitsstatus bij kinderen van scholen aangesloten bij de reformatorische onderwijsbegeleidingsdienst beduidend minder goed is dan kinderen van 'overige' scholen. Daarom is ook hier besloten om onderscheid te maken naar denominatie (religie) van de school.

Zowel 5-jarigen als 10-jarigen op gereformeerde scholen hebben vaker bestaande of reeds gevulde gaatjes (figuur 1); respectievelijk 34% en 60% in vergelijking met 22% en 42% van de 'overige' scholen. Zij blijken gemiddeld ook minder vaak hun tanden te poetsen per dag; gemiddeld 1,7 keer bij beide leeftijdsgroepen (1,9 bij de overige scholen).

Kleuters op reformatorische scholen krijgen vaker hulp bij het tandenpoetsen (93%) dan leerlingen op overige scholen (90%).

Mondgezondheid_juni2010

Figuur 1. Bestaande of reeds gevulde gaatjes bij leerlingen van het reformatorisch basisonderwijs in Zeeland (Bron: Preventieve Gezondheidsonderzoeken 2009)

Een op de twintig volwassenen poetst de tanden niet dagelijks

Van de 19-64 jarigen in de Oosterschelderegio poetst 5% de tanden minder dan een keer per dag.

Problemen mondgezondheid
Wat is het beleid?

Wat is het landelijke beleid?

Mondzorg geen onderdeel van landelijk basis takenpakket Jeugdgezondheidszorg

Het landelijk beleid op het gebied van mondgezondheid manifesteert zich in wetgeving op het gebied van curatieve en preventieve zorg. De collectieve preventieve mondzorg wordt geregeld via de Wet Collectieve Preventie Volksgezondheid (WCPV). Hierin is vastgelegd dat de GGD moet beschikken over deskundigheid op het terrein van de tandzorg. Sinds de aanpassing van de WCPV in 2002 wordt mondzorg meer niet genoemd in het uniforme, verplichte deel en sinds 2005 is mondzorg geen onderdeel meer van het landelijk basispakket Jeugdgezondheidszorg (Van Loveren & Eijkman, 2003, NIGZ, 2007).

Collectieve preventie blijft punt van aandacht

Sinds jaren bestaat er een tweedeling in jongeren met een goede en jongeren met een slechte mondgezondheid. Hierin spelen de sociaal-economische verschillen, etniciteit en levensovertuiging een rol. Bovendien hebben veel jonge ouders een vrij goed gebit, zonder zich te realiseren hoeveel moeite hun eigen ouders hebben moeten doen om dat gedaan te krijgen. In het verlengde daarvan blijft het zorgelijk dat de collectieve tandheelkundige preventie nog steeds een lage prioriteit heeft.

Het Landelijk Platform Collectieve mondzorg, een overlegstructuur van organisaties die zich bezighouden met onderzoek, collectieve en individuele preventie, curatie en de ontwikkeling van voorlichtingsmateriaal, is opgeheven. Hierdoor kunnen nog slechts lokale initiatieven worden opgezet. Deze combinatie van verschillende invalshoeken zorgde ecther wel voor samenhang en continuïteit die noodzakelijk is voor een eenduidige boodschap. Dit wordt door opheffing van het Platform gemist.

De individuele preventie die binnen de tandarts- en mondhygiënistenpraktijken wordt uitgevoerd en de collectieve tandheelkundige preventie vanuit de GGD-en kunnen elkaar heel goed aanvullen en versterken.

Problemen mondgezondheid
Wat is het beleid?

Wat is het lokale beleid?

GGD Zeeland heeft les- en themakisten voor het basis- en voortgezet onderwijs beschikbaar. Ook kunnen lessen en poetsinstructies worden aangevraagd. Door middel van artikelen in de (school) krant en ouderavonden wordt gewerkt aan bredere bewustwording.

Aandacht voor mondgezondheid is niet alleen belangrijk voor kinderen en jongeren maar ook voor ouderen. Daarom wordt op het ROC les gegeven over mondverzorging bij ouderen. Ook in zorginstellingen wordt voorlichting gegeven.

Cijfers uit onderzoek kunnen aanleiding zijn voor een gemeente om geld beschikbaar te stellen. Alle tandartsen kunnen betrokken worden bij voorlichting op scholen en aan ouders, waardoor de mondverzorging weer goed onder de aandacht komt.

Afstemming vindt plaats met de Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde. Mondhygiëne is sinds 2005 geen onderdeel meer van het landelijk basistakenpakket Jeugdgezondheidszorg. Daarom zitten poetsinstructies niet meer in het basispakket. Gemeenten kunnen hier echter wel voor kiezen als invulling van het maatwerkgedeelte. Dit geldt ook voor andere activiteiten op het gebied van preventieve mondzorg.

Problemen mondgezondheid
Wat kan er aan gedaan worden?

Wat zijn aanbevolen interventies?

Interventies vaak gericht op de jeugd

Een belangrijke determinant voor het ontstaan van mondgezondheidsproblemen is mondhygiënisch gedrag. Veel preventieactiviteiten zijn daarom ook gericht op mondverzorging, vooral bij kinderen en jongeren (Van Loveren & Eijkman, 2003). Van veel activiteiten op het gebied van mondverzorging/mondhygiëne is het effect echter onbekend. Professionals werkzaam in het onderwijs en preventieveld beoordeelden 41 veel gebruikte Nederlandse interventieprogramma's voor de gezonde school. Dit deden zij met behulp van het kwaliteitsinstrument de schoolSlag-checklist. Het betrof echter geen enkel project over het thema mondgezondheid (Gezonde School).

Effectieve interventies

Van een aantal preventieactiviteiten is de effectiviteit onderzocht. Interventies waarvan de effectiviteit is aangetoond, zijn hier beschreven.

Door de GGD Den Haag is de voorlichtingsinterventie ‘Tante Rosie’ ontwikkeld. Het betreft een interventie voor 13- en 14-jarige scholieren. De interventie had als doel de kennis over erosie te vergroten en het gedrag met betrekking tot het voorkomen van erosie te verbeteren. Uit de effectevaluatie blijkt dat de interventie ‘Tante Rosie’ wel heeft geleid tot een toename van kennis, maar (nog) niet tot gedragsverandering. Dit betekent overigens niet dat de interventie overbodig is. In het geval van tanderosie, waarbij het kennisniveau over het algemeen erg laag is, lijkt kennistoename een waardevolle eerste stap (De Bruin-Claus et al., 2006).

In de regio Midden-Brabant is het project ‘drinkbekers en tandenborstels’ uitgevoerd op een aantal consultatiebureaus. Ter preventie van cariës bij jonge kinderen stonden de overstap van zuigfles naar drinkbeker en poetsen vanaf het eerste tandje centraal. Dit werd gestimuleerd door mondelinge en schriftelijke voorlichting tijdens het bezoek aan het consultatiebureau te ondersteunen met het uitreiken van een drinkbeker en een tandenborstel. Uit de effectevaluatie is gebleken dat het uitreiken van een peutertandenborstel zinvol is: het leidt tot vaker (correct) tandenpoetsen. Het uitreiken van een drinkbeker heeft geen positief effect op het gebruik, maar wel op het correct gebruik van de drinkbeker (Jeeninga & Valk-Draad, 2003).

Het project ‘12>10. Voor je kiezen’ is ontwikkeld door de GGD Noord- en Midden Limburg voor groep 8 van de basisschool. Er komen drie thema’s aan bod: cariës, erosie en tandvleesontstekingen. In het project wordt de methode ‘learning by teaching’ gebruikt, een beproefde GVO-methode die in de collectieve preventie nog niet eerder is toegepast. De kern is dat 12-jarigen een lesprogramma over mondgezondheid krijgen en deze lessen vervolgens aan 10-jarigen gaan geven. Het lesprogramma is zeer attractief en interactief. De effectevaluatie van deze kleinschalige pilot laat een positief effect zien op het gebied van kennis en gedrag (Van de Kar, 2005).

In ’s-Hertogenbosch heeft onderzoek plaatsgevonden naar het effect van het geven van een klassikale poetsinstructie aan groep 4 van de basisschool. Dit onderzoek wijst uit dat een poetsinstructie een gunstig effect heeft op de hoeveelheid tandplak (GGD Hart voor Brabant, 1997).

Bron: Jeeninga W (GGDHvB). Aanbevolen interventies. In: Regionale VTV, Regionaal Kompas Volksgezondheid. 's-Hertogenbosch: GGD Hart voor Brabant, <http://www.regionaalkompas.nl/ggdhvb> Gezondheid en ziekte\ Problemen mondgezondheid, 8 februari 2007.

Problemen mondgezondheid
Wat kan er aan gedaan worden?

Wat gebeurt er al in Zeeland?

Hieronder staan activiteiten op het gebied van mondgezondheid weergegeven die door de GGD Zeeland worden uitgevoerd.

  • Ontwikkelen en aanbieden voorlichtingsmateriaal mondgezondheid
  • Beleidsontwikkeling en -advisering preventieaanbod mondgezondheid
  • Fluoridespoelen op basisscholen
  • Gastlessen en poetsinstructie op basisscholen
  • Ouderavonden en -ochtenden
  • Instructies aan leerlingen op het ROC
  • Instructies aan medewerkers in zorginstellingen voor ouderen
  • Instructies aan medewerkers van de JGZ en het consultatiebureau van de GGD

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Bruin-Claus LM de, Drossaert CHC, Pieterse GC, Giesberts FLJM.Tanderosie en scholieren: hun kennis en risicogedrag en het effect van een voorlichtingsprogramma. Enschede: TSG, 2006; 84: 109-114.
  • Cosic K, Bos CA, Jaarsveld CHM van, Schans CP van der.Gebitstoestand en mondgezondheid van basisschoolkinderen. Groningen: Nederlands Tijdschrift Tandheelkunde, 2005; 112: 358-362.
  • GGD Hart voor Brabant, GGD Hart voor Brabant.Poetstinstructie in groep 4. 's-Hertogenbosch, 1997.
  • Ivoren Kruis website Ivoren Kruis. 2007.
  • Jeeninga W, Valk-Draad MP.Drinkbekers en tandenborstels. Voorlichting over mondgezondheid op het consultatiebureau. 's-Hertogenbosch: GGD Hart voor Brabant, 2003.
  • Kalsbeek H, Poorterman JHG, Kivit MM.Tandheelkundige verzorging volwassen ziekenfondsverzekerden 1995-2002. Mondgezondheid, tandartsbezoek en preventief gedrag na de stelselherziening van 1995. Leiden: TNO, 2003.
  • Kalsbeek H, Poorterman JHG.Tandcaries in Nederland rond de eeuwwisseling. Katwijk: Nederlands Tijdschrift Tandheelkunde, 2003; 110: 516-521.
  • Kalsbeek H.Neemt het aantal mensen met gebitsafwijkingen toe of af? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. &lthttp: //www.nationaalkompas.nl&gt Gezondheid en ziekte&#92 Ziekten en aandoeningen&#92 Spijsverteringsstelsel&#92 Gebitsa Bilthoven: RIVM, 2002c.
  • Kalsbeek H.Hoe vaak komen gebitsafwijkingen voor? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. &lt; http: //www.nationaalkompas.nl&gt; Gezondheid en ziekte&#92 Ziekten en aandoeningen&#92Spijsverteringsstelsel&#92Gebitsafwijkingen. Bilthoven: RIVM, 2002.
  • Kalsbeek H.Wat zijn gebitsafwijkingen? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. http: //www.nationaalkompas.nl&#92Gezondheid en ziekte&#92Ziekten en aandoeningen&#92Spijsverteringsstelsel&#92Gebitsafwijkingen. Bilthoven: RIVM, 2002a.
  • Kalsbeek H.Wat zijn de mogelijkheden voor diagnostiek en behandeling? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. &lthttp: //www.nationaalkompas.nl&gt Gezondheid en ziekte&#92 Ziekten en aandoeningen&#92 Spijsverteringsstelsel&#92 Gebit Bilthoven: RIVM, 2002b.
  • Kar A van de.Eindrapportage ‘12&gt; 10. Voor je kiezen’. Venlo: GGD Noord- en Midden Limburg, 2005.
  • Loveren C van, Eijkman MAJ.Preventie op koers? Investeren blijft noodzaak. Amsterdam: Nederlands Tijdschrift Tandheelkunde, 2003; 110: 493-499.
  • NIGZ, Nederlands Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie. website NIGZ, thema mondgezondheid. 2007.
  • Schuller AA.Evaluatie Regionale Instellingen voor Jeugdtandverzorging 2005. Leiden: TNO, 2006.
  • Tandarts Plein. website Tandarts Plein. 2007.
  • Thijs C, Terstegge C, Schefman S, Mertens P.Preventie van caries door tandenpoetsen op de basisschool, een gerandomiseerde interventiestudie. Maastricht: TSG Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen, 2006; 84: 472-481.
  • Truin GJ, Rijkom HM van, Mulder J, Hof MA van 't.Tandcariës en erosieve gebitsslijtage bij 5- en 6-jarigen en 11- en 12-jarige Haagse schoolkinderen. Verandert de prrevalentie? Ned Tijdschr Tandheelk, 2004; 111(3): 74-9.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

WCPV
Wet collectieve preventie volksgezondheid
Met ingang van 1 december 2008 is de WCPV met enkele aanpassingen overgegaan in de Wet publieke gezondheid (PG)