Hoofdmenu Servicemenu Zoeken Inhoud


Psychosociale problemen onder jongeren

Definitie en relevantie

Omvang

Beleid

Interventies

Psychosociale problemen onder jongeren
Definitie, ernst en omvang

Wat zijn psychosociale problemen onder jongeren?

Wat wordt verstaan onder psychosociale problemen jeugd?

De definiëring van psychosociale problemen jeugd is als volgt(Postma, 2008b):

  • Emotionele problemen (oftewel internaliserende problemen) zoals angst, teruggetrokkenheid, depressieve gevoelens, psychosomatische klachten.
  • Gedragsproblemen (oftewel externaliserende problemen) zoals agressief gedrag, onrustig gedrag en delinquent gedrag.
  • Sociale problemen, dit zijn problemen die het kind heeft in het maken en onderhouden van het contact met anderen.

Emotionele en gedragsproblemen belangrijke psychosociale problemen

De twee belangrijkste typen van psychosociale problemen van de jeugd zijn emotionele problemen en gedragsproblemen. In de wetenschappelijke literatuur worden emotionele problemen ook wel internaliserende problemen en gedragsproblemen externaliserende problemen genoemd (Verhulst & Koot, 1992). Deze tweedeling wordt bovendien in veel onderzoeks- en beleidsrapporten gehanteerd (Ter Bogt et al., 2003; Van Dorsselaer et al., 2007; Hermanns et al., 2005; Tick et al., 2007; Zeijl et al., 2005; Zwaanswijk, 2005). De term ‘internaliserend’ verwijst naar problemen die naar binnen gericht zijn en daardoor voornamelijk storend zijn voor het kind of de jongere zelf. Angsten en depressieve klachten vallen bijvoorbeeld in deze categorie. Externaliserend gedrag is naar buiten gericht en wordt vooral door de omgeving als storend ervaren. Voorbeelden hiervan zijn agressief en normoverschrijdend gedrag, zoals stelen, brandstichten, liegen of vandalisme. In de stoornisspecifieke benadering vallen gedragsstoornissen (in de wetenschappelijke literatuur ook wel conduct disorders genoemd) in deze categorie. Veel jeugdigen met gedragsproblemen hebben ook emotionele problemen en andersom. Zie ook: Schoemaker et al., 2008.

Sociale problemen ook vorm van psychosociale problematiek

Andere typen van psychische problemen zijn sociale problemen, denkproblemen en aandachtsproblemen. Sociale problemen uiten zich bijvoorbeeld in afhankelijkheid, sociale onhandigheid, gepest worden of het liever spelen met jongere jongens of meisjes (Ter Bogt et al., 2003). Denkproblemen betreffen onder meer obsessieve gedachten, het horen van geluiden die er niet zijn, ‘vreemde dingen’ doen en ‘vreemde gedachten’ hebben. Voorbeelden van aandachtsproblemen zijn concentratiestoornissen, niet kunnen stilzitten, warrigheid, dagdromerij, zenuwachtigheid en slechte schoolresultaten. Als overkoepelende term voor alle vormen van psychische problemen spreekt men vaak over psychosociale problemen. De verschillende vormen zijn soms aan elkaar gerelateerd. Een kind met gedragsproblemen loopt bijvoorbeeld het risico om door leeftijdgenoten buitengesloten te worden (Van 't Land & Ruiter, 2006). Psychosomatische klachten, zoals hoofdpijn, buikpijn, moeheid, duizeligheid en slaapproblemen, vormen vaak een indicatie voor psychische problemen (Ter Bogt et al., 2003).

Emotionele en gedragsproblemen in de jeugd vaak voorbode van stoornissen bij jongvolwassenen

Emotionele problemen en gedragsproblemen in de jeugd zijn vaak een voorbode van stoornissen bij jongvolwassenen. Jongvolwassenen met een angst- of stemmingsstoornis hadden in hun jeugd vaak al last van emotionele problemen. Van veel van de volwassen delinquenten – en vooral die met een antisociale persoonlijkheidsstoornis − is uit onderzoek bekend dat de normoverschrijdende en agressieve gedragingen al ontstonden in de jeugd.

Bron: Nationaal Kompas Volksgezondheid

Psychosociale problemen onder jongeren
Omvang

Hoe vaak komen psychosociale problemen voor bij jeugd in Nederland?

Psychosociale problemen verdienen extra aandacht

Psychosociaal probleemgedrag van kinderen en jongeren heeft gevolgen voor het persoonlijk en maatschappelijk functioneren, zowel in de jeugd als op volwassen leeftijd. De jeugdgezondheidszorg (JGZ) signaleerde in 2002/2003 behoorlijk wat psychosociale problemen bij kinderen: het aandeel kinderen met psychosociale problemen was 11% bij baby’s van 14 maanden, 28% bij de 5-6 jarigen en 21% bij de 8-12 jarigen. Hierbij gaat het vooral om lichte gevallen; 1 tot 3% van de 0 tot 12 jarigen heeft volgens de JGZ zware psychosociale problemen (hier stond de referentie). Van de Nederlandse scholieren (11-17 jaar) viel in 2002 13% in het zogenaamde klinisch gebied voor wat betreft internaliserende problemen (teruggetrokken, lichamelijke klachten, angst/depressie). Dit betekent dat bijna 1 op de 6 scholieren in die mate problemen heeft dat ondersteuning of zelfs professionele hulp gewenst zou zijn. Voor externaliserende problemen (delinquent gedrag en agressief gedrag) viel 11% van de scholieren in het klinisch gebied (hier stond de referentie).

Opleidingsniveau hangt sterk samen met emotionele problemen

Uit tabel 1 blijkt dat hoe lager het onderwijsniveau, des te meer emotionele en gedragsproblemen er voorkomen. Op het vmbo-b heeft 19% van de leerlingen emotionele problemen en ongeveer een kwart gedragsproblemen. Op het vwo zijn deze percentages respectievelijk ongeveer 12% en 7%. Deze verschillen blijven bestaan als wordt gecorrigeerd voor sekse, leeftijd en etniciteit (Ter Bogt et al., 2003; Van Dorsselaer et al., 2007). Allochtone jongeren melden meer gedragsproblemen dan autochtone jongeren, maar niet significant meer emotionele problemen. In andere studies werd een dergelijk verschil overigens wel gevonden (onder andere Stevens et al., 2003).

Tabel 1: Percentage jongeren van 12 tot en met 16 jaar met zelfgerapporteerde psychische problemen naar etniciteit en schoolniveau in 2005 (Bron: Van Dorsselaer et al., 2007).

Etniciteit

Schoolniveau

autochtoon

allochtoon

vmbo-b

vmbo-t

havo

vwo

Emotionele problemen

15,6

13,1

19,1

13,6

14,2

12,5

Gedragsproblemen

12,6

22,8

23,2

16,3

10,2

7,1

Zorggebruik is toegenomen

Het gebruik van de ggz door kinderen en jongeren is van 1993 tot 2003 toegenomen (Tick et al., 2007; Sytema et al., 2005). Deze toename is voor een deel toe te schrijven aan een toename in emotionele problemen en gedragsproblemen zoals gerapporteerd door ouders. Ook een afname van het aantal kinderen dat opgroeit met beide biologische ouders en een toename van het aantal kinderen met herkende leerproblemen dragen waarschijnlijk bij aan deze groei in het zorggebruik (Tick, 2007). Ondanks deze toename in zorggebruik krijgt nog altijd een aanzienlijk aantal kinderen en jongeren met emotionele problemen of gedragsproblemen niet de hulp die zij nodig hebben.

Bron: Nationaal Kompas Volksgezondheid

Psychosociale problemen onder jongeren
Omvang

Hoe vaak komen psychosociale problemen voor bij de jeugd in Zeeland?

Ongeveer één op de tien jongeren in Zeeland heeft een indicatie voor psychosociale problemen

Om de psychosociale gezondheid bij de jeugd te meten wordt in de Jeugdgezondheidszorg bij 5-jarigen gebruik gemaakt van het screeningsinstrument Landelijke Signaleringshulp Psychosociale Problemen Kleuters (LSPPK) en bij 10-jarigen van de Strength and Difficulties Questionnaire (SDQ). De LSPPK-percentages op zichzelf zeggen niet zo veel (zolang nog geen landelijk afkappunt is vastgesteld), maar kunnen wel gebruikt worden om bijvoorbeeld verschillen naar geslacht te bepalen. In de Jeugdmonitor, die in klas 3 van het voortgezet onderwijs is gehouden, wordt ook gebruik gemaakt van de SDQ. Bij deze leeftijdsgroep zijn nog geen landelijke afkappunten vastgesteld. Bij 5- en 10-jarigen blijken jongens vaker een indicatie voor psychosociale problematiek te hebben dan meisjes (zie tabel 1). Bij 14- en 15-jarigen is het net andersom en hebben meisjes vaker een verhoogde SDQ-score dan jongens.

Tabel 1. Psychosociale gezondheid en suïcide bij Zeeuwse jeugd (Bron: Preventieve gezondheidsonderzoeken 2009, Jeugdmonitor 2007)

Jongens (%)

Meisjes (%)

Totaal (%)

5-jarigen

LSPPK van 6 of hoger

17,4

11,3

14,4

10-jarigen

SDQ verhoogd (14 of hoger)

11,4

7,9

9,6

14-15 jaar

SDQ verhoogd (18 of hoger)

9,7

10,9

10,2

Heeft wel eens aan suïcide gedacht in het afgelopen jaar

18,8

28,8

23,6

Heeft wel eens een suïcidepoging ondernomen

5,0

6,4

5,7

Bijna een kwart van de Zeeuwse 14-15 jarigen heeft wel eens suïcidegedachten

Gemeten is hoeveel 14- en 15-jarigen wel eens suïcidegedachten hebben gehad in het jaar voorafgaand aan het onderzoek en of men wel eens een suïcidepoging heeft ondernomen. Meisjes blijken vaker suïcidegedachten te hebben dan jongens, maar er is geen verschil te zien voor wat betreft ondernomen suïcidepogingen (zie tabel 1). Leerlingen die gepest worden, maar ook jongeren die zelf pesten, hebben vaker serieus nagedacht over suïcide (zie figuur 1). Opvallend is dat derdeklassers in Zeeuws-Vlaanderen vaker een suïcidepoging zeggen te hebben ondernomen (7%) dan leerlingen in de Oosterschelderegio (4%) en Walcheren (4%). Er is verder onderzoek nodig om deze uitkomsten op waarde te schatten.

psychosociale problemen jeugd 2009

Figuur 1. Percentage jongeren dat er de afgelopen 12 maanden (heel) vaak serieus over heeft nagedacht om een einde te maken aan zijn of haar leven (Bron: Jeugdmonitor 2007).

Psychosociale problemen onder jongeren
Beleid

Wat is het landelijke beleid?

Vroegsignalering psychosociale problemen speerpunt jeugdbeleid

Het thema ‘vroegsignalering van psychosociale problemen’ is één van de speerpunten van het jeugdbeleid. Het tijdig signaleren van (het ontstaan van) dergelijke problemen en de daarop volgende ondersteuning, hulp of zorg aan kinderen, jongeren en/of hun ouders kan vaak voorkómen dat onnodig menselijk leed en vermijdbare maatschappelijke kosten ontstaan (Hermanns et al., 2005). Gedragsproblemen hebben hun wortels al vroeg in een mensenleven. Het is dus zinvol al zo vroeg mogelijk te signaleren om het ontstaan van problemen te voorkomen of in ieder geval zo vroeg mogelijk in te grijpen om problemen minder ernstig te laten worden.

Belang van vroegsignalering

Onder vroegsignalering wordt verstaan: het vroeg en tijdig signaleren. Vroeg in de levensloop van een mens, maar ook vroeg in het ontwikkelingsproces van het probleem zelf omdat:

  • ernstige gedragsproblemen al vroeg in het leven van een kind ontstaan;
  • gedragsproblemen opmerkelijk stabiel zijn, zowel intergenerationeel als intrapersoonlijk;
  • hoe jonger kinderen zijn wanneer ze gedragsproblemen vertonen, hoe groter de kans op toekomstig probleemgedrag.

Emotionele problemen, zoals depressie en angststoornissen, kunnen langer verborgen blijven, omdat kinderen met dergelijke problemen minder opvallen dan kinderen met gedragsproblemen. Omdat de JGZ veel jeugdigen in de leeftijd van nul tot negentien jaar ziet, heeft de JGZ een belangrijke rol in het vroegtijdig signaleren. Zie ook: JGZ-richtlijn Vroegsignalering van psychosociale problemen.

Interventies

Wanneer een probleem is gesignaleerd dient een interventie op maat te worden ingezet. Mogelijke interventies zijn: verwijzing, voorlichting, advies, instructie en (kortdurende) begeleiding. De Databank Effectieve Jeugdinterventies en de I-database zijn richtinggevend in de zoektocht naar evidence based interventies. Tenslotte moet de ingezette hulp worden geëvalueerd. Diegene die gesignaleerd en doorverwezen heeft, moet nagaan of de interventie effectief was.

Preventie vaak gebaseerd op cognitieve gedragstherapie

Interventies gericht op preventie van emotionele en gedragsproblemen bij jeugd zijn vaak gebaseerd op beproefde therapeutische principes uit de geestelijke gezondheidszorg: cognitieve gedragstherapie of interpersoonlijke therapie (Schoemaker et al., 2008). Deze aanpak is gericht op het herkennen, onderzoeken en veranderen van gedachten, gevoelens en gedragingen die gerelateerd zijn aan de klachten. De vorm waarin dergelijke interventies worden aangeboden verschilt, afhankelijk van de doelgroep. Ze kunnen worden aangeboden als groepscursus, zelfhulpcursus of als onderdeel van een lesprogramma voor scholen (Meijer et al., 2006).

Preventie binnen het gezin via opvoedingsondersteuning

Opvoedingsondersteuning richt zich onder andere op preventie van psychische problemen bij kinderen binnen de setting van het gezin (Schoemaker et al., 2008). Dergelijke interventies kunnen de vorm hebben van voorlichting of algemene oudercursussen. Het doel van opvoedingsondersteuning is onder andere het bevorderen van opvoedingsvaardigheden bij ouders. Een veelbelovende vorm van opvoedingsondersteuning is Triple P (Sanders et al., 2003). Ouders van kinderen met alle gradaties van emotionele en/of gedragsproblemen leren hoe zij gewenst gedrag bij hun kind kunnen stimuleren en ongewenst gedrag kunnen reguleren. Opvoedingsondersteuning kan ook onderdeel zijn van een integrale gezinsinterventie. De interventie richt zich dan op zowel de ouders als het kind zelf. Een veelbelovende integrale interventie voor kinderen en jongeren met een verhoogd risico op (ernstige) gedragsproblemen is het Utrecht Coping Power programma; een gedragstherapie voor het kind in combinatie met cognitieve gedragstherapie plus oudertraining voor de ouders (Zonnevylle-Bender et al., 2007).

Beleidsmaatregelen: verbeteren sociaaleconomische omstandigheden

Er zijn ook preventieve interventies die zich richten op de woonomgeving waarin het kind opgroeit (Schoemaker et al., 2008). Een ‘slechte’, kansarme of onveilige woonomgeving verhoogt namelijk het risico op emotionele en gedragsproblemen. Preventie gericht op de woonomgeving bestaat grotendeels uit landelijke en gemeentelijke beleidsmaatregelen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het bestrijden van geweld en armoede in de buurt/omgeving waarin het kind opgroeit, het verbeteren van achterstandswijken en het verbeteren van huisvesting in buurten waar dat nodig is. Ook aandacht voor sociale veiligheid en de inrichting van openbare ruimten horen tot deze categorie preventieve interventies. Dergelijke maatregelen hebben tot doel om de sociale relaties in de buurt te stimuleren. Vanuit het ministerie van Justitie loopt het project Veiligheid begint bij Voorkomen. Dit project richt zich op het terugdringen van agressief en gewelddadig gedrag, onder meer door binnen en buiten de justitiële setting gedragsbeïnvloedende maatregelen in te zetten. Ook stimuleert het project methodieken voor geweldloze conflictoplossing, zoals buurtbemiddeling en leerlingbemiddeling (Schoemaker et al., 2008).

Bronnen: Nationaal Kompas Volksgezondheid en Centrum Jeugdgezondheid

Psychosociale problemen onder jongeren
Beleid

Wat is het lokale beleid?

Signalering van psychosociale problemen

Op het gebied van signalering van psychosociale problemen bij jongeren is er op lokaal gebied veel mogelijk. De Inventgroep (een groep wetenschappers die in opdracht van VWS een rapport hebben opgesteld) stelt vast dat signaleren in beginsel een taak is voor een ieder die met kinderen en ouders omgaat. Professionals zoals leidsters in de peuterspeelzalen en kinderopvang, leerkrachten, medewerkers van de jeugdgezondheidszorg, maar ook werkers in de volwassenenzorg zoals maatschappelijk werkers, verslavingswerkers en werkers in de geestelijke gezondheidszorg hebben de plicht om alert te zijn op signalen van problemen en moeten daarvoor open staan. Ouders, kinderen en jongeren zelf zijn daarbij niet alleen een belangrijke bron van informatie maar vaak ook degenen die een probleem het eerst signaleren en daarvoor hulp gaan zoeken. Dat veronderstelt een bepaalde deskundigheid bij deze professionals maar ook structuren waarin signalen besproken en beoordeeld kunnen worden en zonodig kunnen leiden tot doorverwijzing (Hermanns et al., 2005).

De contactmomenten van de Jeugdgezondheidszorg zijn bij uitstek geschikt voor signalering (12 keer in de leeftijd van 0-14 jaar). Een goed hulpmiddel bij de signalering is het Digitaal Dossier Jeugdgezondheidszorg (DD JGZ). In Zeeland krijgt vanaf 2010 ieder kind een DD JGZ. Het DD JGZ bevat informatie over het kind, de gezinssituatie en de omgeving volgens het motto: geen kind buiten beeld. Per 1 juli 2010 is het gebruik van het DD JGZ in de jeugdgezondheidszorg wettelijk verplicht. Artsen en verpleegkundigen van de jeugdgezondheidszorg houden het DD JGZ bij. Verschillende instanties voegen signalen aan het dossier toe zonder dat ze het kunnen inzien. Op die manier is de privacy van het kind geborgd en kan de jeugdgezondheidszorg zonodig snel hulpverlening inzetten.

Centra voor Jeugd en Gezin en Zorgstructuren binnen het onderwijs

De Centra voor Jeugd en Gezin en de verplichte zorgstructuren binnen het onderwijs dragen bij aan de vroege signalering van psychosociale problematiek. De aansluitende lijn naar Zorg- en Advies Teams (ZAT's) binnen het onderwijs maakt dat gesignaleerde problemen zo snel en adequaat mogelijk in multidisciplinaire teams vakkundig worden beoordeeld en/of aangepakt.

In alle onderwijsvelden zijn ZAT's verplicht gesteld. ZAT's zijn multidisciplinaire teams die zorgen voor passende begeleiding en behandeling voor leerlingen met complexe problemen. In het primaire onderwijs zijn de ZAT's bovenschools georganiseerd. In het voortgezet onderwijs opereren ZAT's veelal op locatieniveau, evenals op de ROC's.

Voorafgaand aan de ZAT's worden leerlingen met problemen in een interne zorgstructuur begeleid. Doel van deze zorgstructuren is in een vroeg stadium problemen bij leerlingen op een adequate wijze aan te pakken zodat gesignaleerde problemen niet escaleren.

Binnen de zorgstructuren is aandacht voor de hele context van de leerlingen: het pedagogisch klimaat (eventuele ondersteuning van leerkrachten), de context van het gezin (eventueel opvoedingsondersteuning) en het individuele kind. In de interne structuur wordt nauw samengewerkt tussen school, maatschappelijk werk, GGD en schoolbegeleidingsdienst.

Psychosociale problemen onder jongeren
Interventies

Wat zijn aanbevolen interventies?

Direct zoeken naar interventies in de I-database

Zoeken naar interventies op het gebied van psychosociale problemen jeugd.

I-database overzicht naar mate van effectiviteit

Het overzicht van interventies in de I-database wordt weergegeven naar mate van effectiviteit. Bovenaan de lijst staan de aanbevolen interventies en de goed beschreven interventies. Daaronder staan de niet beoordeelde interventies.

ERROR: Object reference not set to an instance of an object.
Psychosociale problemen onder jongeren
Interventies

Wat gebeurt er al in Zeeland?

In Zeeland zijn veel organisaties bezig met preventie van psychosociale problematiek bij jongeren. De JGZ is hierbij de spil vanwege haar van overheidswege verplichte contactmomenten tussen 0 en 14 jaar. Verder is er een wettelijke plicht voor professionals die met kinderen werken om voor hun welzijn te waken. Naast de JGZ zijn organisaties als Indigo, Algemeen Maatschappelijk Werk, MeeZeeland en Vraagkracht aanbieders van interventies gericht op preventie en behandeling van psychosociale problemen. Deze organisaties bieden met name interventies aan op het gebied van opvoedingsondersteuning. Indigo Preventie biedt ook interventies aan op het gebied van depressie. Bureau Jeugdzorg biedt professionals deskundigheidsbevordering aan in vroeg signaleren van psychosociale problemen. RPCZ biedt het onderwijs ondersteuningsprogramma's aan, ook op het gebied van gedragsproblemen.

Binnen het onderwijs zijn er zorgstructuren die vroege signalering van psychosociale problemen bij jeugd als doel hebben. Vanuit de interne structuren zijn directe lijnen naar de Zorg- en Adviesteams, multi-disciplinaire teams die bovenschools opereren. ZAT's zijn adviseren en consulterend voor het onderwijs en kunnen beoordelen welke kinderen en jongeren welke hulp nodig hebben en ze zo nodig toe te leiden naar hulpverleningsinstanties. Het ZAT vormt een voorziening waarin onderwijs, jeugdhulpverlening en jeugdgezondheidszorg nauw samen werken. Een ZAT bestaat uit een afvaardiging van de school, een maatschappelijk werker en een jeugdarts.

De GGD inventariseert het aanbod op de speerpunten van landelijk beleid, waaronder depressie. Zoek voor meer informatie ook op de I-database (RIVM) of neem contact op met instellingen die actief zijn op het gebied van psychosociale problematiek bij jongeren, zoals Indigo, Bureau Jeugdzorg, SMWO, Maatschappelijk Werk Walcheren, Maatschappelijk Werk Zeeuws-Vlaanderen of GGD Zeeland.

Ziekteverzuimbegeleiding op scholen voor voorgezet onderwijs

In het kader van het convenant Voortijdig School Verlaten (VSV) voert de GGD Zeeland het project ‘ziekteverzuimbegeleiding’ uit. De ziekteverzuimbegeleiding wordt uitgevoerd door jeugdverpleegkundigen op 10 verschillende locaties voor voortgezet onderwijs, verspreid over Zeeland. Leerlingen met een opvallend hoog ziekteverzuim worden samen met de ouders door de GGD uitgenodigd voor een gesprek op school. In dat gesprek wordt geprobeerd de oorzaak van het ziekteverzuim te achterhalen.

Leerlingen die zich met regelmaat ziek melden worden beschouwd als risicoleerlingen. Ziekteverzuim is in principe een geoorloofde vorm van verzuim. De ervaring leert echter dat leerlingen die zich frequent ziek melden vaak (ook) andere redenen hebben om niet naar school te gaan. Evenals de andere taken van de jeugdgezondheidszorg, wordt de ziekteverzuimbegeleiding uitgevoerd vanuit preventief oogpunt.

Werkwijze

Wanneer er bij een leerling sprake is van een opvallend ziekteverzuim, meldt de school dit aan de jeugdverpleegkundige. De jeugdverpleegkundige nodigt de leerling en de ouders uit en gaat met hen in gesprek over de achterliggende redenen van het verzuim. De jeugdverpleegkundige koppelt de uitkomsten van het gesprek terug aan de school en adviseert over de te nemen vervolgstappen. Eventuele vervolgacties zijn er op gericht om het verzuim terug te dringen. De jeugdverpleegkundige heeft de mogelijkheid om de leerling zelf kortdurend te begeleiden, maar kan ook gebruik maken van de interne zorgstructuur van de school (ZAT – Zorg Advies Team), van een extern zorgaanbod of verwijzen naar de leerplichtambtenaar.

Doel

Primaire doelstelling van het project Ziekteverzuimbegeleiding is het omlaag brengen van de frequentie en duur van het ziekteverzuim. Indirect wordt bijgedragen aan het terugdringen van schooluitval. Om straks te kunnen bepalen of het project bijdraagt aan deze doelstellingen, is een evaluatieonderzoek opgezet. Onderdeel van de evaluatie is een vergelijking tussen de verzuimregistratie die de school bijhoudt over verschillende schooljaren. Registratiegegevens van het voorgaande schooljaar 2008-2009 zullen worden vergeleken met die van de schooljaren 2009-2010 en 2010-2011, de looptijd van het project.

Resultaat

In juni 2010 is de tussentijdse evaluatie gereed en zal met de deelnemende scholen worden besproken. In juni 2011 wordt het eindverslag verwacht. Afhankelijk van de behaalde resultaten besluiten scholen en gemeenten dan tot het al dan niet structureel aanbieden van ziekteverzuimbegeleiding op scholen voor voortgezet onderwijs. Gedurende de projectperiode wordt de ziekteverzuimbegeleiding gefinancierd door drie partijen: gemeenten, scholen en het ministerie van OC&W (door middel van de VSV subsidieregeling) dragen bij.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Bogt T ter, Dorsellaer S van, Volleberg W.Psychische gezondheid, risicogedrag en welbevinden van Nederlandse scholieren. Utrecht: Trimbos-instituut, 2003.
  • Dorsselaer S van, Zeijl E, Eeckhout S van den, Bogt T ter, Vollebergh W.HBSC 2005. Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland. Utrecht: Trimbos-instituut, 2007.
  • Hermanns J, Ory F, Schrijvers G.Helpen bij opgroeien en opvoeden: eerder, sneller en beter. Een advies over vroegtijdige signalering en interventies bij opvoed- en opgroeiproblemen. Utrecht: Inventgroep, 2005.
  • Land H van 't, Ruiter C de.Nationale Monitor Geestelijke Gezondheid 2006 (NMG). Utrecht: Trimbos-instituut, 2006.
  • Meijer SA, Smit F, Schoemaker C, Cuijpers P. Gezond verstand: evidence-based preventie van psychische stoornissen. RIVM-Rapport nr. 270672001; VTV Themarapport. Bilthoven/Utrecht: RIVM/Trimbos-instituut,2006.
  • Postma S.JGZ-Richtlijn: Vroegsignalering van psychosociale problemen. RIVM-rapport nr. 295001002. Bilthoven: RIVM, 2008b.
  • Sanders MR, Markie-Dadds C, Turner KMT.Theoretical, Scientific and Clinical Foundations of the Triple P‐Positive Parenting Program: A Population Approach to the Promotion of Parenting Competence. St Lucia, Australië: Centre, University of Queensland, 2003.
  • Schoemaker C, Zwaanswijk M, Meijer S. Psychische gezondheid. In: Schrijvers CTM, Schoemaker CG (red.). Spelen met gezondheid. Leefstijl en psychische gezondheid van de Nederlandse jeugd. RIVM-rapport nr. 270232001. Bilthoven: RIVM,2008: 85-107.
  • Stevens GW, Pels T, Bengi-Arslan L, Verhulst FC, Vollebergh WA, Crijnen AA.Parent, teacher and self-reported problem behavior in The Netherlands: comparing Moroccan immigrant with Dutch and with Turkish immigrant children and adolescents. Social Psychiatry and Psychiatric Epidemiology, 2003; 38(10): 576-85.
  • Sytema S, Gunther N, Reelick F, Drukker M, Pijl B, Land H van 't.Verkenningen in de Kinder- en Jeugdpsychiatrie. Een bijdrage uit de Psychiatrische Casusregisters Rijnmond, Zuid-Limburg, Noord-Nederland. Utrecht: Trimbos-instituut, 2005.
  • Tick NT, Ende J van der, Verhulst FC.Twenty-year trends in emotional and behavioral problems of Dutch children in a changing society. Acta Psychiatrica Scandinavica, 2007; (116): 473-482.
  • Tick NT.Time trends in Dutch children's mental health. Academisch proefschrift. Rotterdam: Erasmus Universiteit Rotterdam, 2007.
  • Verhulst FC, Koot JM.Child psychiatric epidemiology: Concepts, methods and findings. Beverly Hills, CA: Sae Publications, 1992.
  • Zeijl E, Crone M, Wiefferink K, Keuzenkamp S, Reijneveld M.Kinderen in Nederland. Leiden: SCP/TNO, 2005.
  • Zonnevylle-Bender MJS, Matthys W, Wiel NMH van de, Lochman J.Preventive effects of treatment of disruptive behavior disorder in middle childhood on substance use and delinquent behavior. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 2007; 46(1): 33-39.
  • Zwaanswijk M.Pathways to care: Help-seeking for child and adolescent mental health problems. Utrecht: Universiteit Utrecht, 2005.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

ggz
Geestelijke gezondheidszorg
vmbo
Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs
vwo
Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs
VWS
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
URL: www.rijksoverheid.nl/ministeries/vws