Hoofdmenu Servicemenu Zoeken Inhoud
Er zijn verschillende maten voor schadelijk alcoholgebruik; meerdere hiervan worden in dit deel van het Kompas genoemd. De verschillende maten bestaan omdat er op verschillende manieren onderzoek wordt gedaan en naar alcoholgebruik wordt gekeken. Een harde grens tussen schadelijk en niet-schadelijk drinken bestaat namelijk niet. De richtlijnen goede voeding 2006 geven een richtlijn voor het beperken van alcoholgebruik tot ten hoogste één (volwassen vrouwen) of twee glazen (volwassen mannen) per dag, maar deze richtlijn geeft geen absoluut veilige ondergrens aan (Gezondheidsraad, 2006). Of alcoholgebruik schadelijk is, ligt dan ook niet uitsluitend aan de totale hoeveelheid alcohol die gedronken wordt. Dit is ook afhankelijk van:
Zie ook: Aandoeningen en gevolgen waar alcoholgebruik mee samenhangt.
Het risico op gezondheidsschade door alcohol hangt af van het totale alcoholgebruik van de drinker, maar ook van het drinkpatroon dat iemand heeft. Het drinkpatroon houdt in hoeveel alcohol iemand per keer drinkt en hoe vaak. In het algemeen geldt (Anderson & Baumberg, 2006; Rehm et al., 2004; Rehm et al., 2003; WHO, 2004c):
Hoeveel iemand drinkt en hoe vaak iemand drinkt hangt onder meer samen met een aantal factoren in de omgeving van de drinker (Holder, 2006). De volgende omgevingsfactoren beïnvloeden het drinken van alcohol:
Naast omgevingsfactoren is er een aantal meer individuele factoren die samenhangen met een hogere alcoholconsumptie. Deze zijn bijvoorbeeld erfelijke factoren, alcoholgebruik van de zwangere moeder, rookgedrag en psychische stoornissen.
Alcoholgebruik hangt samen met ongeveer zestig verschillende aandoeningen. Het heeft negatieve effecten op bijna alle organen van het menselijk lichaam. Vrouwen zijn gevoeliger voor alcoholgerelateerde schade dan mannen en kinderen zijn gevoeliger dan volwassenen.
Alcohol is een belangrijke determinant bij sterfte: in 2006 overleden 1.742 mensen aan oorzaken waarbij alcohol expliciet werd genoemd (25% meer dan in 1996). In 42% van deze gevallen werd alcohol als primaire doodsoorzaak genoemd; in 58% van de gevallen was het een secundaire oorzaak. Afhankelijkheid en andere psychische stoornissen door gebruik van alcohol vormden de belangrijkste doodsoorzaak (61%), gevolgd door alcoholische leverziekten (34%). Alcoholsterfte kwam het meest voor in de leeftijdsgroep vijftig tot zeventig jaar. De meeste overledenen waren man (gemiddeld 74%) (Van Laar et al., 2008; CBS Doodsoorzakenstatistiek). Waarschijnlijk gaat het hier om een onderschatting aangezien de bijdrage van alcoholgebruik aan sterfte niet altijd wordt herkend (Van Laar et al., 2008). Via rijden onder invloed waren er in 2006 naar schatting honderd alcoholgerelateerde verkeersdoden (V&W, 2007).
In vergelijking tot andere leefstijlfactoren draagt alcoholgebruik relatief sterk bij aan de totale ziektelast in DALY's. Na roken (13%), overgewicht (9,7%) en verhoogde bloeddruk (7,8%) komt alcoholgebruik namelijk op de vierde plaats van determinanten van ziekten, met een bijdrage van 4,5%. Mensen die te veel alcohol drinken verliezen gemiddeld genomen 0,6 levensjaren en 0,9 gezonde levensjaren. Dat is minder dan het verlies aan levensjaren en gezonde levensjaren voor rokers en mensen die te zwaar zijn (Hoeymans et al., 2010). Overigens is bij de berekening van de ziektelast in DALY's niet alle alcoholgerelateerde gezondheidsschade meegerekend. De berekeningen zijn gedaan op basis van 56 ziekten. De bijdrage van ongevallen is niet meegeteld.
Bron: Nationaal Kompas Volksgezondheid
Ongeveer een vijfde (19%) van de bevolking drinkt geen alcohol (CBS StatLine, 2009; de hier genoemde cijfers gaan over 2007). Dat betekent dat 81% van de bevolking wel alcohol drinkt. Onder vrouwen komen meer niet-drinkers voor: 23% van de vrouwen geeft aan nooit te drinken versus 14% van de mannen.
Nederlandse jongeren beginnen op lage leeftijd met alcohol drinken. Van de twaalfjarigen heeft 56% ooit alcohol gedronken en onder zestienjarigen is dit 93%. Regelmatig drinken komt voor bij 16% van de twaalfjarigen en 78% van de zestienjarigen (drinken in de laatste maand). Onder scholieren uit groep 7 en 8 van de basisschool drinken meer jongens dan meisjes, maar onder VO scholieren bestaat geen verschil in de percentages jongens en meisjes die drinken. Als het gaat om zeer vaak drinken (11 keer of vaker in de afgelopen maand), komt dit wel meer voor onder jongens (8%) dan meisjes (4%) (Monshouwer et al., 2008).
Ongeveer één op de tien Nederlanders (10,3%) tussen 16-69 jaar voldeed in 2004 aan de criteria voor probleemdrinken. Bij mannen komt dit wel meer voor dan bij vrouwen. Van de mannen is 17% probleemdrinker, van de vrouwen 4% (zie figuur 1) (Van Dijck & Knibbe, 2005). Ook ongeveer één op de tien Nederlanders heeft een zwaar alcoholgebruik (10,7% van de bevolking van 12 jaar en ouder in 2007) (CBS StatLine, 2009). Dit betekent dat ze minimaal eenmaal per week zes glazen of meer drinken. Overmatig drinken deed in 2007 14,8% van de mannen en 11,5% van de vrouwen (POLS, gezondheid en welzijn, 2009).
Het percentage mensen dat schadelijk drinkt is het hoogst onder jongvolwassen mannen. Het percentage mannen dat schadelijk drinkt is onder alle leeftijdsgroepen hoger dan het percentage vrouwen dat schadelijk drinkt. Daarbij is bij mannen schadelijk drinken gangbaarder op jonge leeftijd. Dit is terug te zien in het probleemdrinken per leeftijdscategorie (zie figuur 1). Bij vrouwen is het verband anders; bij sommige vormen van schadelijk drinken springt de leeftijdscategorie rond de 35 jaar eruit als de groep waarin dit het meest voorkomt (Van Dijck & Knibbe, 2005; Verdurmen et al., 2003).
Figuur 1: Percentage probleemdrinkers onder mannen en vrouwen in 2004 (Bron: Van Dijck & Knibbe, 2005).
Alcoholgebruik komt meer voor onder hoogopgeleiden dan onder laagopgeleiden. Van de mensen met een lage opleiding (lagere school) geeft 70% aan alcohol te drinken en van de hoogopgeleiden (hbo of universiteit) is dat 92% (zie figuur 1).
Zwaar alcoholgebruik komt meer voor bij mensen met een lage opleiding dan bij mensen met een hoge opleiding. Van de mensen uit de laagste opleidingscategorie is 13,5% een zware drinker en van de hoogopgeleiden is dat 9,6%.
In Zeeland heeft 65% van de 14/15-jarigen in de afgelopen 4 weken alcohol gedronken. Landelijk is dit percentage bij 15-jarigen 69%. Ongeveer drie op de tien jongeren, die wel eens alcohol drinken, drinkt alcohol op een doordeweekse dag (31%), maar meestal gebeurt dit in het weekend (88%). Iets meer dan een kwart (27%) van alle Zeeuwse derdeklassers zegt in de voorgaande vier weken dronken of aangeschoten zijn geweest.
Nederlandse jongeren staan in de top drie van Europese landen wat betreft ‘binge drinken’ oftewel het drinken van 5 glazen alcohol of meer bij één gelegenheid in de afgelopen vier weken. Landelijk is 78% van de 15-jarigen die in de afgelopen vier weken alcohol heeft gedronken een binge-drinker. In Zeeland is dit percentage onder de 14-15 jarige drinkers 67%. Van alle 14-15 jarigen is iets minder dan de helft (45%) een binge drinker. Bijna één op de vijf (19%) Zeeuwse derdeklassers is zich in de voorgaande vier weken zelfs meer dan twee keer te buiten gegaan aan deze vorm van ‘binge drinken’. Jongens deden dit vaker dan meisjes. Onder vmbo-leerlingen komt binge drinken vaker voor dan onder havo- en vwo-leerlingen (zie figuur 1).
Figuur 1. Percentage binge-drinkers onder 14-15 jarigen naar geslacht en onderwijstype (Bron: Jeugdmonitor Zeeland klas 3 VO 2007)
Een zorgwekkende ontwikkeling met betrekking tot alcoholgebruik bij jongeren is de toename van zogenaamde ‘keten’. Met keten worden schuren, caravans, keten en hokken bedoeld waar jongeren (circa 13 tot 23 jaar) samenkomen voor de gezelligheid en om te drinken. Het aantal van deze locaties is de laatste tien jaar sterk toegenomen. In Nederland zijn naar schatting 1.500 keten. Het alcoholgebruik (voornamelijk bier) in dergelijke keten is zorgwekkend hoog. De jongeren geven aan gemiddeld een half kratje bier per avond te consumeren. De prijs voor een flesje bier ligt in een keet aanzienlijk lager dan in de horeca. Leeftijdsgrenzen voor alcoholverstrekking worden niet gehanteerd (De Hollander et al., 2006).
Op volwassen leeftijd drinkt het grootste deel van de bevolking in de Oosterschelderegio alcohol (86%). Van de volwassenen in de Oosterschelderegio drinkt 11% overmatig alcohol (gemiddeld meer dan 21 glazen per week voor mannen en 14 glazen per week voor vrouwen) (Bron: Gezondheidsmonitor GGD Zeeland). Dit percentage is vergelijkbaar met Nederland. Overmatig alcoholgebruik komt vaker bij mannen voor dan bij vrouwen. Overmatig drinken is vaak sociaal geaccepteerd, omdat niet altijd sprake is van direct zichtbare nadelige gevolgen (Van Bon-Martens et al., 2006c).
Het NIGZ (Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie) heeft een norm opgesteld voor verantwoord en gezond alcoholgebruik. Hierbij wordt naast het gemiddeld aantal glazen per week ook rekening gehouden met het aantal glazen per gelegenheid en het aantal drinkdagen per week (www.alcoholinfo.nl). Bijna één op de drie volwassenen (30%) in de Oosterschelderegio voldoet niet aan deze norm. Meer mannen dan vrouwen voldoen niet aan de norm (Bron: Gezondheidsmonitor GGD Zeeland).
Om te beoordelen of ouderen teveel alcohol drinken, is het aantal glazen alcoholhoudende drank op één dag nagevraagd. Van de ouderen in Zeeland is 8% een zware drinker (mannen: wekelijks minimaal 6 glazen per dag; vrouwen: wekelijks minimaal 4 glazen per dag) (Bron: Gezondheidsmonitor GGD Zeeland).
Het ministerie van VWS is verantwoordelijk voor het alcoholbeleid en daarbinnen voor de coördinatie van de preventie van schadelijk alcoholgebruik. VWS heeft daarin samen met het ministerie van Justitie een wet- en regelgevende rol. Het grootste gedeelte van de regels die betrekking hebben op alcohol staan beschreven in de Drank- en Horecawet. Deze wet heeft als uitgangspunt een verantwoorde verstrekking van alcohol. Handhaving van deze wet wordt uitgevoerd door de Voedsel en Warenautoriteit (VWA). Sinds 1 maart 2005 heeft de VWA de mogelijkheid bedrijven bij overtreding bestuurlijke boetes uit te delen. Het beleid en de wet- en regelgeving op het gebied van alcohol en verkeer valt onder het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Het ministerie van Financiën ten slotte is belast met de accijnsheffing op alcoholhoudende drank.
De Drank- en Horecawet schept randvoorwaarden voor een verantwoorde distributie van alcohol in de samenleving. De wet bevat speciale regels voor verkopers van alcohol en overheden (niet voor de gebruikers). In de wet staan bijvoorbeeld regels over horeca- en slijtersvergunningen, over leeftijdsgrenzen voor alcoholverkoop en over speciale regels die gemeenten kunnen instellen. Zo is het strafbaar om alcohol te verkopen aan jongeren onder de 16 jaar. Verkopers zijn wettelijk verplicht om bij twijfel te controleren of iemand de wettelijk vereiste leeftijd heeft van 16 jaar (of 18 jaar bij sterke drank). Alleen als de verkoper zeker weet dat de koper oud genoeg is, hoeft hij dit niet te doen. In 2009 hebben supermarkten een legitimatie-eis tot 20 jaar bij de aankoop van alcohol of tabak ingesteld. Supermarkten hebben dit besloten om beter te kunnen garanderen dat er geen alcohol aan jongeren onder de 16 jaar wordt verkocht. .
Het ministerie van VWS streeft met het landelijke alcoholbeleid naar de volgende doelen (VWS, 2007r):
Veel preventieve interventies richten zich op specifieke doelgroepen. Naast kinderen en jongeren die nog niet drinken, richt de preventie zich op regelmatige drinkers en op groepen waarbinnen het aantal mensen dat overmatig drinkt hoger is dan in de rest van de bevolking (adolescenten en studenten). Ook mensen met speciale risico's, zoals zwangeren, ouderen en mensen met medicijn- en/of druggebruik, zijn doelgroepen voor alcoholpreventie. Dit geldt ook voor gezinsleden van alcoholisten, probleemdrinkers en verstrekkers van alcohol. Tot slot is er ook aandacht voor alcoholpreventie in specifieke situaties waar gebruik van alcohol een gevaar oplevert voor de gebruiker zelf of anderen zoals op de werkplek en in het verkeer. Alcoholpreventie door middel van wet- en regelgeving als de Drank- en Horecawet en accijnsheffing is gericht op alle drinkers.
Vanaf het midden van de jaren tachtig ligt de nadruk op een samenhangend alcoholpreventiebeleid. Vanuit de overtuiging dat beleid alleen dan doeltreffend kan zijn, zet de overheid een samenhangend pakket van verschillende instrumenten in om schadelijk alcoholgebruik te beperken:
Ter ondersteuning van gemeenten is in 2010 de handleiding Gezonde Gemeente uitgebracht. Deze handleiding volgt de handleiding lokaal alcoholbeleid op. De nieuwe handleiding bestaat uit een algemeen deel en themaspecifieke verdiepingen om de samenhang tussen de verschillende gezondheidsthema’s (roken, alcohol, overgewicht, depressie én seksualiteit) beter naar voren te laten komen. Daarnaast kunnen gemeenten zich voor financiële en/of inhoudelijke ondersteuning aanmelden bij het ZonMw-programma Gezonde Slagkracht. In dit programma staat de integrale aanpak van (het voorkomen van) overgewicht, alcoholgebruik, roken en drugsgebruik centraal. De integrale aanpak op lokaal niveau moet versnippering van preventieve interventies voorkomen en de slagkracht van een interventie vergroten door het integrale karakter.
Het Trimbos-insituut voert alle landelijke alcoholvoorlichtingscampagnes uit, in opdracht van het ministerie van VWS. Het alcoholvoorlichtingsproject 'De leefstijlcampagne alcohol gericht op de doelgroep jongeren' is bij het publiek bekend onder de slogan 'DRANK maakt meer kapot dan je lief is' en 'DRANK, de kater komt later' (zie ook: wat is het aanbod?). De activiteiten van de campagne worden op lokaal niveau in samenwerking met regionale Instellingen voor Verslavingszorg en GGD'en uitgevoerd (VWS, 2007r). Naast de uitvoer van landelijke alcoholvoorlichtingscampagnes ontwikkelt het Trimbos-instituut interventies gericht op de preventie van alcoholmisbruik en -verslaving. Zo heeft het Trimbos-instituut het project 'De gezonde school en genotmiddelen' ontwikkeld. Het project beoogt riskant experimenteergedrag met onder meer alcohol terug te dringen door schoolgezondheidsbeleid te ontwikkelen en in te voeren (zie ook: preventie op school). Het Trimbos-instituut voert verder het secretariaat van het Partnership Vroegsignalering Alcohol (PVA), een samenwerkingsverband tussen organisaties en beroepsverenigingen uit de preventie- en de zorgsector.
Een kleine groep gemeenten heeft in de afgelopen tijd een duidelijk geïntegreerd alcoholbeleid opgesteld en/of uitgevoerd (3%). Opvallend is echter dat 18% van de gemeenten aangeeft de intentie te hebben om aan een integraal alcoholbeleid te gaan werken in de nabije toekomst (Mulder, 2004b).
Een integraal alcoholbeleid heeft een aantal kenmerken. Cruciaal is de koppeling tussen openbare orde en welzijn, oftewel het terugdringen van alcoholgerelateerde overlast en beperking gezondheidsschade. Binnen beide gemeenteterreinen is alcoholgebruik beleidsonderwerp. In een integraal alcoholbeleid worden beide terreinen gekoppeld met als doel het terugdringen van het overmatig alcoholgebruik. Gemeenten die deze koppeling al gemaakt hebben zetten onder andere de volgende instrumenten en maatregelen in:
Van alle maatregelen en interventies ter bestrijding van schadelijk alcoholgebruik zijn over het algemeen de veranderingen in wet- en regelgeving het meest effectief (Meijer et al., 2006) (Dekker et al., 2006). Uit voornamelijk buitenlands onderzoek (Babor et al., 2003) (Chisholm et al., 2004) blijkt dat de volgende maatregelen het schadelijk alcoholgebruik daadwerkelijk verminderen:
Effectief lokaal alcoholbeleid stoelt op vier peilers:
Per peiler zijn in Zeeland verschillende interventies beschikbaar om in te zetten in uw gemeente of regio. Raadpleeg voor een overzicht van deze activiteiten het preventieoverzicht alcohol.
Voorwaarde voor een lokaal alcoholbeleid in uw gemeente is dat alcoholpreventie opgenomen wordt als speerpunt in het lokale gezondheidsbeleid en dat u als gemeente de regie neemt in het daadwerkelijk ontwikkelen en uitvoeren van beleid. Om vervolgens alcoholbeleid te realiseren kunt u de volgende fasen onderscheiden. Allereerst is een goede probleemanalyse onontbeerlijk. Niet alleen om de problematiek in kaart te brengen, maar ook om bij te dragen aan meer publieke bewustwording. Streef steeds een integrale aanpak na: betrek naast welzijn en gezondheid ook veiligheid en handhaving bij het traject. Start vervolgens in samenwerking met lokale partners een werkgroep die samen een lokaal actieplan alcoholmatiging opstellen en uitvoeren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de GGD, Indigo Preventie, het jongerenopbouwwerk, algemeen maatschappelijk werk, politie en HALT.
Voorwaarde voor een lokaal effectief en langdurig alcoholbeleid is het mobiliseren van de gemeenschap en het creëren van draagvlak onder alle partijen die (in)direct verantwoordelijk zijn voor het overmatig alcoholgebruik. Een voorbeeld hiervan is het organiseren van een gemeentebrede bijeenkomst als start van de lokale activiteiten.
Meer informatie over het formuleren van eigen beleid en de praktische uitwerking van dit beleid in een actieprogramma kunt u vinden in de Handleiding lokaal alcoholbeleid, een integrale benadering.
Een aanbevolen interventie is een leefstijlinterventie waarvan de effectiviteit is beoordeeld door een onafhankelijke Erkenningscommissie van het Nederlands Jeugdinstituut en het RIVM. De Erkenningscommissie evalueert ingediende interventies op drie niveaus:
In de toekomst wordt een vierde niveau toegevoegd: ‘Kosteneffectief’.
Een goed beschreven interventie voldoet aan drie basale kwaliteitseisen:
De beoordeling van 'goed beschreven' interventies wordt uitgevoerd door GGD, GGZ of thuiszorgmedewerkers.
Lees meer over het beoordelen van interventies.
Klik hier voor het preventieoverzicht alcohol en jeugd in Zeeland.
De cijfers laten zien dat ook in Zeeland (te) veel gedronken wordt door jongeren. Daarom zijn verschillende partijen in Zeeland gestart met een gezamenlijke aanpak van dit probleem onder het motto 'laat ze niet (ver)zuipen!'. Het doel van dit project is om de startleeftijd waarop jongeren beginnen met drinken omhoog te krijgen en om het overmatig alcoholgebruik door jongeren tegen te gaan. In verschillende regio's in Nederland is men al langer succesvol bezig met een integrale en regionale aanpak van dit vraagstuk. Ook in Zeeland zijn nu de handen in elkaar geslagen.
Klik hier voor het preventieaanbod voor scholen van Stichting Voorkom in het schooljaar 2009/2010
Daarnaast ondersteunt de GGD Zeeland bij het maken van integraal genotmiddelenbeleid